Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Actieplan werkgelegenheid humaniora

Actieplan Werkgelegenheid Humaniora Stichting Fenix

p. 24. Kredietcrisis 2008 en daarna: zonder humaniora geen oplossingOnder invloed van deze toenemende marktwerkings-, bezuinigings- en afrekenpolitiek zijn de humaniora sinds eind 1982 als bindmiddel en morele basis voor onze samenleving en onze democratie, en als drager en leermeester van ethische, culturele en politieke kennis, grotendeels weggedrukt ten faveure van de lucratievere technologische en economische know-how. Het uitbreken van de kredietcrisis van september 2008 heeft aangetoond, dat deze know-how de samenleving alleen ten goede komt indien zij gebaseerd is op de morele grondslagen en de maatschappelijke inzichten die door de humaniora aangereikt worden. Immers gaat het hier niet alleen om een financieel maar vooral ook om een moreel, maatschappelijk en politiek probleem: juist het ondoordacht, gewetenloos of kritiekloos handelen van talrijke betrokkenen in de bankwereld, het bedrijfsleven en bij de overheid heeft deze crisis veroorzaakt.Om herhaling van een crisis als die van 2008 en volgende jaren te voorkomen, zullen overheden en bedrijfsleven opnieuw dìe vaardigheden moeten gaan invoeren en toepassen, die in de humaniora worden aangeleerd en levend gehouden: elementaire basisvaardigheden als voldoende kennis van talen om in binnen- en buitenland behoorlijk te kunnen communiceren, kennis van de eigen cultuur en geschiedenis en van andere culturen om vruchtbare contacten te kunnen leggen en van het eigen verleden en dat van anderen te kunnen leren; zorgvuldig lezen en analyseren, kritisch en zo objectief mogelijk redeneren, durven denken en investeren op de lange termijn en met het oog op de samenleving als geheel, zorgvuldig schrijven en formuleren, de nodige zelfkritiek in acht nemen, de maatschappelijke consequenties leren overwegen van wat men schrijft of produceert en ethisch verantwoord handelen op basis van degelijk onderzoek en ruime kennis van zaken. Wil men de huidige crisis oplossen zonder de kiem te leggen voor een volgende, dan zal men niet alleen in nieuwe technologische en economische know-how en oplossingen voor de korte termijn moeten investeren maar ook in de humaniora, die ons de kennis bieden om op een maatschappelijk verantwoorde manier en over lange perioden met die know-how om te gaan.Let wel: de hier beschreven inzichten en vaardigheden vormen geen garantie voor een beter functionerende of crisisvrije samenleving, maar ze zijn er wel een eerste en onmisbare voorwaarde toe.5. Verdiensten van de humaniora: zonder Letteren geen democratieVóór 1982 bestond de maatschappelijke opdracht van de moderne humaniora ruim een eeuw lang uit het dienen van samenleving en democratie via het oude ideaal van 'Bildung', dat wil zeggen door het opleiden van specialistisch goed onderlegde, maar tevens intellectueel breed gevormde docenten en wetenschappers. Dit werkte goed: het leverde een respectabel palet aan maatschappelijke vernieuwing en een stroom aan werkgelegenheid op. De humaniora hebben via geschiedschrijving, taal- en letterkunde en publicistiek, kunstwetenschappen, rechtswetenschap, theologie en filosofie een cruciale bijdrage geleverd aan deze vernieuwing: wij noemen hier de ontwikkeling van een moderne democratische samenleving, een sterk verbeterd, humaner rechtssysteem, het verdwijnen van veel sociaal onrecht en de grote emancipatiebewegingen van religieuze gezindten, liberale burgers, arbeiders en vrouwen in de 19de en 20ste eeuw; en voorts de ontwikkeling van een nieuw staats- en volkenrecht en de ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten. Talen-, geschiedenis-, aardrijkskunde- en kunstonderwijs en onderricht op het gebied van staatsinrichting en maatschappijleer hebben de algemene kennis onder de bevolking in die honderd jaren enorm doen toenemen en niet alleen de basis gelegd voor onze moderne democratie maar tevens voor het begrijpen van en vreedzaam samenleven met volkeren en culturen die anders zijn dan de onze. Mede door de verbeterende internationale relaties is de welvaart in een eeuw tijds op ongekende schaal toegenomen.Het accent is sinds 1982 grotendeels verschoven naar het zo snel en goedkoop mogelijk afleveren van relatief vluchtig opgeleide trainees voor bedrijfsleven en overheidsdiensten. Mèt deze verschuiving dreigen zowel de hierboven beschreven, voor politiek en samenleving onmisbare vaardigheden uit de humaniora verloren te gaan als ook een groot deel van de gespecialiseerde kennis binnen de afzonderlijke vakgebieden die voor het functioneren van politiek en samenleving, voor onze culturele ontwikkeling, onze internationale relaties en ons welzijn onontbeerlijk is. Wil men de democratische fundamenten van onze samenleving behouden, dan zal men de waarde van de kennis en vaardigheden, door de Letteren aangeleerd, opnieuw moeten erkennen en de humaniora binnen economie, onderwijs en wetenschap de plaats moeten teruggeven die hen op basis van concrete resultaten eerlijk toekomt.

p. 1I. Analyse van de huidige problemen1. De taak van de humanioraDe humaniora, de traditionele talen-, literatuur-, geschiedenis-, filosofie-, kunst- en religiewetenschappen en de daarmee verwante studierichtingen van bijvoorbeeld staats- en volkenrecht zijn onmisbaar voor een moderne maatschappij. Zij leren ons communiceren met andere taalgebieden en culturen, conserveren en interpreteren ons heden en verleden, reflecteren kritisch op ons gedrag en op onze morele en levensbeschouwelijke opvattingen, en wijzen ons op onze maatschappelijke verantwoordelijkheden. Daardoor vormen zij het geheugen, het geweten en het kritisch denkvermogen van de samenleving en vervullen zij een gidsfunctie voor onze democratie.2. Vijfendertig jaar afbraakToch worden die taken al dertig jaren bedreigd. Vanaf het aantreden op 4 november 1982 van het eerste kabinet-Lubbers tot en met de dag van vandaag is door de achtereenvolgende regeringen op het vlak van de humaniora continu gereorganiseerd en bezuinigd. Sociaal-economisch beleid was tussen 1982 en 2008 hoofdzakelijk gericht op deregulering en andere maatregelen ten gunste van banken en grote bedrijven. Dit beleid is tot op de dag van vandaag nog steeds gericht op privatisering van overheidsdiensten en -taken en de hervorming van de (semi)-overheid naar het voorbeeld van commerciële managementmodellen, die kritiekloos zijn overgenomen van het grote bedrijfsleven; en het beleid is nog altijd behept met een dogmatisch geworden bezuinigingswoede ten aanzien van vrijwel de gehele collectieve sector.Dit alles vond en vindt mede plaats onder druk van de eis binnen de Europese Unie dat het nationale begrotingstekort niet hoger mag zijn dat drie procent van het Bruto Binnenlands Product: een tamelijk willekeurig cijfer dat met name door opeenvolgende Nederlandse kabinetten te Brussel werd verdedigd en onder meer op aandringen van Nederlandse politici meedogenloos aan de eigen samenleving en aan die van andere staten werd en wordt opgelegd.3. Zinloze 'afrekening' in plaats van relevante kennisbeoordelingDe marktgerichte overheid is er, in Nijmegen en omstreken evengoed als elders, in de loop van de jaren 1980 meer en meer toe overgegaan onderzoeks- en onderwijsinstellingen, musea, archiefinstellingen en individuele wetenschappers financieel 'af te rekenen' per afgeleverde student, bezoekersaantallen of aantal publicaties: de vervanging van de oude, intrinsieke beoordelingscriteria binnen elk vakgebied op basis van kwaliteit, inhoud en maatschappelijke waarde door extrinsieke, 'meetbare' maar vakinhoudelijk irrelevante managementcriteria. Dat aan dit 'afrekensysteem' op basis van extrinsieke criteria grote nadelen kleven, wordt geïllustreerd door het feit dat juist onder dit systeem oplichters als Diederik Stapel twintig jaren lang ongestoord hun gang konden gaan.(1) Dit afreken- en financieringssysteem, in combinatie met dertig jaren onafgebroken bezuinigingen, bevordert een pseudo-marktwerking: een continue rat-race met als inzet de door de overheid schaars gehouden geldmiddelen en het aantrekken van zoveel mogelijk studenten, cliënten en vermogende geldschieters, wat onvermijdelijk leidt tot een enorme bureaucratie en een kostbaar en tijdrovend visitatiestelsel.(2) Daardoor wordt veel geld aan onderwijs, onderzoek en andere kerntaken onttrokken en gaat werkgelegenheid voor docenten, onderzoekers en andere Letterenspecialisten verloren, ook in Nijmegen en omgeving.----------1. Men leze over de funeste invloed van dit systeem onder meer R. Abma, De Publicatiefabriek (Nijmegen 2013) 111-123.2. Dit visitatiestelsel kost jaarlijks één tot twee miljoen euro.p. 24. Kredietcrisis 2008: zonder humaniora geen oplossingOnder invloed van deze toenemende marktwerkings-, bezuinigings- en afrekenpolitiek zijn de humaniora sinds eind 1982 als bindmiddel en morele basis voor onze samenleving en onze democratie, en als drager en leermeester van ethische, culturele en politieke kennis, grotendeels weggedrukt ten faveure van de lucratievere technologische en economische know-how. Het uitbreken van de kredietcrisis van september 2008 heeft aangetoond, dat deze know-how de samenleving alleen ten goede komt indien zij gebaseerd is op de morele grondslagen en de maatschappelijke inzichten die door de humaniora aangereikt worden. Immers gaat het hier niet alleen om een financieel maar vooral ook om een moreel, maatschappelijk en politiek probleem: juist het ondoordacht, gewetenloos of kritiekloos handelen van talrijke betrokkenen in de bankwereld, het bedrijfsleven en bij de overheid heeft deze crisis veroorzaakt.Om herhaling van een crisis als die van 2008 en volgende jaren te voorkomen, zullen overheden en bedrijfsleven opnieuw dìe vaardigheden moeten gaan invoeren en toepassen, die in de humaniora worden aangeleerd en levend gehouden: elementaire basisvaardigheden als voldoende kennis van talen om in binnen- en buitenland behoorlijk te kunnen communiceren, kennis van de eigen cultuur en geschiedenis en van andere culturen om vruchtbare contacten te kunnen leggen en van het eigen verleden en dat van anderen te kunnen leren; zorgvuldig lezen en analyseren, kritisch en zo objectief mogelijk redeneren, durven denken en investeren op de lange termijn en met het oog op de samenleving als geheel, zorgvuldig schrijven en formuleren, de nodige zelfkritiek in acht nemen, de maatschappelijke consequenties leren overwegen van wat men schrijft of produceert en ethisch verantwoord handelen op basis van degelijk onderzoek en ruime kennis van zaken. Wil men de huidige crisis oplossen zonder de kiem te leggen voor een volgende, dan zal men niet alleen in nieuwe technologische en economische know-how en oplossingen voor de korte termijn moeten investeren maar ook in de humaniora, die ons de kennis bieden om op een maatschappelijk verantwoorde manier en over lange perioden met die know-how om te gaan.Let wel: de hier beschreven inzichten en vaardigheden vormen geen garantie voor een beter functionerende of crisisvrije samenleving, maar ze zijn er wel een eerste en onmisbare voorwaarde toe.5. Verdiensten van de humaniora: zonder Letteren geen democratieVóór 1982 bestond de maatschappelijke opdracht van de moderne humaniora ruim een eeuw lang uit het dienen van samenleving en democratie via het oude ideaal van 'Bildung', dat wil zeggen door het opleiden van specialistisch goed onderlegde, maar tevens intellectueel breed gevormde docenten en wetenschappers. Dit werkte goed: het leverde een respectabel palet aan maatschappelijke vernieuwing en een stroom aan werkgelegenheid op. De humaniora hebben via geschiedschrijving, taal- en letterkunde en publicistiek, kunstwetenschappen, rechtswetenschap, theologie en filosofie een cruciale bijdrage geleverd aan deze vernieuwing: wij noemen hier de ontwikkeling van een moderne democratische samenleving, een sterk verbeterd, humaner rechtssysteem, het verdwijnen van veel sociaal onrecht en de grote emancipatiebewegingen van religieuze gezindten, liberale burgers, arbeiders en vrouwen in de 19de en 20ste eeuw; en voorts de ontwikkeling van een nieuw staats- en volkenrecht en de ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten. Talen-, geschiedenis-, aardrijkskunde- en kunstonderwijs en onderricht op het gebied van staatsinrichting en maatschappijleer hebben de algemene kennis onder de bevolking in die honderd jaren enorm doen toenemen en niet alleen de basis gelegd voor onze moderne democratie maar tevens voor het begrijpen van en vreedzaam samenleven met volkeren en culturen die anders zijn dan de onze. Mede door de verbeterende internationale relaties is de welvaart in een eeuw tijds op ongekende schaal toegenomen.Het accent is sinds 1982 grotendeels verschoven naar het zo snel en goedkoop mogelijk afleveren van relatief vluchtig opgeleide trainees voor bedrijfsleven en overheidsdiensten. Mèt deze verschuiving dreigen zowel de hierboven beschreven, voor politiek en samenleving onmisbare vaardigheden uit de humaniora verloren te gaan als ook een groot deel van de gespecialiseerde kennis binnen de afzonderlijke vakgebieden die voor het functioneren van politiek en samenleving, voor onze culturele ontwikkeling, onze internationale relaties en ons welzijn onontbeerlijk is. Wil men de democratische fundamenten van onze samenleving behouden, dan zal men de waarde van de kennis en vaardigheden, door de Letteren aangeleerd, opnieuw moeten erkennen en de humaniora binnen economie, onderwijs en wetenschap de plaats moeten teruggeven die hen op basis van concrete resultaten eerlijk toekomt.p. 3II. Gevaren van voortzetting van het huidige beleid voor democratie en samenleving1. Wantrouwen jegens de staat en de democratie; opkomst van totalitarisme en fundamentalismeIn het licht van het hierboven beschreven beleid met 30 jaren verwaarlozing van de humaniora is anno 2013 onder de bevolking een toenemend wantrouwen ten opzichte van de politiek, de democratie en de rechtsstaat merkbaar, alsmede de opkomst van radicale, op vooroordelen gebaseerde en ondemocratische of zelfs anti-democratische groeperingen van allerlei aard. 2. Kwaliteitsverlies in onderwijs, wetenschap en openbaar bestuurDeze ontwikkeling heeft rechtstreekse gevolgen voor dagelijkse leer-, werk- en leefsituaties, voor de kwaliteit van onderwijs en wetenschap, maar ook voor de kwaliteit van de democratie. Bij vele voornamelijk economisch gerichte bestuurders en politici is een toenemende moeite waarneembaar in het omgaan met historisch gegroeide realiteiten en met ethische, sociale, culturele, militaire, staatsrechtelijke en volkenrechtelijke vraagstukken.3. Schade voor onze buitenlandse betrekkingen, veiligheid en economieDat laatste uit zich op sommige momenten in relatief kleine maar vervelende incidenten, ergerlijk waar het bijvoorbeeld de omgangsvormen in ons parlement betreft maar vooral ook gevaarlijk voor de buitenlandse betrekkingen van ons land, dat voor zijn economie en veiligheid in sterke mate van het buitenland afhankelijk is; zie het beruchte debat tussen PVV-kamerlid G. Wilders en premier M. Rutte over de Turkse premier Erdogan op 22 september 2011: 'Doe eens normaal man !' -- 'Doe zelf normaal !'.4. Het negeren van maatschappelijk noodzakelijke vakkennis, of het ontkennen van de relevantie van die kennisVerontrustend is de willekeurige wijze waarop vele politici omgaan met wetenschappelijke gegevens uit de humaniora wanneer deze hen niet bevallen, ook wanneer die gegevens niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn: men herinnere zich de eerste reactie van toenmalig premier J.-P. Balkenende na de presentatie op 12 januari 2010 van het uiterst degelijk staatsrechtelijk, volkenrechtelijk en politiek-geschiedkundig rapport van de commissie van W. Davids, oud-president van de Hoge Raad, over de besluitvorming tot Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. De premier verklaarde toen in eerste instantie over de harde wetenschappelijke conclusies van deze door hemzelf ingestelde commissie dat inzake de juridische grondslagen tot steun aan deze oorlog de 'meningen onder deskundigen altijd verdeeld zijn geweest'. Later liet de premier, gelukkig, alsnog zijn erkenning van de feitelijke inhoud volgen. Toch bestaan soortgelijke ontkennende reacties in politieke kringen nog steeds, met name ook ten aanzien van de kritische en daarom niet altijd gewaardeerde, maar uitgerekend vanwege hun kritische functie onmisbare humaniora: de politiek heeft een lawine aan voortreffelijke rapporten, boeken, krante-artikelen en tijdschriftbijdragen met kritiek op de huidige sociaal-economische, wetenschaps- en onderwijspolitiek, onder meer van tal van deskundige vakmensen uit de Letteren, tot nog toe voornamelijk genegeerd.(3)5. Verstoring van een evenredige verdeling van onderwijs- en onderzoeksbudgetten: gevaar voor ons grondrecht van vrijheid van meningsuiting Verontrustend is bovendien de grootschalige overheveling van honderden miljoenen aan onderzoeksgeld van de universiteiten naar NWO, de organisatie voor Nederlands Wetenschappelijk Onderzoek, die tot 1988 nog de naam ZWO (Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek) droeg. Sinds men in dat jaar de oorspronkelijke naam de letter 'Z' heel handig een kwartslag heeft laten kantelen tot een 'N', zodat het zwaartepunt van het onderzoek bijna geheel kon verschuiven naar lucratieve technologische onderzoeksvelden die intussen circa 70 tot 80 % van het NWO-budget toegewezen krijgen, hebben de universiteiten, ook de Nijmeegse, te weinig speelruimte voor eigen initiatieven. Er is er als het ware een staatsgestuurde 'kapitaalvlucht' ontstaan, weg van de afzonderlijke onderzoekscentra maar ook weg van de humaniora die één van de ankers van onze democratie vormen. Bij voortzetting van die ontwikkeling dreigt de voor een democratische samenleving onmisbare vrije wetenschapsbeoefening en daarmee tevens ons grondrecht van vrijheid van meningsuiting ernstig in het gedrang te komen. Dit raakt het fundament van onze democratie, en dus van onze gehele Nederlandse en Europese samenleving.----------3. Zie de zeer beknopte selectie uit deze literatuur in onze literatuurlijst hieronder.p. 46. De Letteren en de crisis van 2008: tijdige en terechte waarschuwingen 'beloond' met voortgezette bezuinigingen Aangezien de crisis van 2008 en volgende jaren over het algemeen niet heeft geleid tot inzicht in de zo belangrijke maatschappelijke rol van de humaniora, laat men zich binnen ons politieke bestel in hoofdzaak nog steeds leiden door dìe collega-politici, ambtenaren, economen, publicisten en onderzoeksbureau's die zelfs na het debâcle van 2008 nog onverminderd het credo aanhangen van een onfeilbare marktwerkings- en management-samenleving met maximale bezuinigingen op de collectieve sector, de humaniora incluis. Daarbij vergeet men dat in de jaren vóór de crisis tal van vakspecialisten uit de Letteren precies datgene hebben gedaan wat de leidende hoofdstromingen binnen het economisch denken, de politiek en het management hebben verzuimd: tijdig waarschuwen voor de gevaren en gevolgen van een veel te eenzijdige, onbeperkte marktwerkings- en bezuinigingspolitiek.(4)III. Directe gevolgen van de huidige politiek voor onderwijs, wetenschap en werkgelegenheid in de humaniora in Nijmegen en omgeving1. Verschraling en verdwijning van werkgelegenheid in het middelbaar onderwijsMet de toenemende aandacht voor een beperkt aantal vakken die een zo goed mogelijke aansluiting op vervolgopleidingen ten behoeve van het bedrijfsleven moeten bieden, met name de bèta-vakken, Engels en Nederlands, dreigt een groot deel van de humaniora in het middelbaar onderwijs ondergesneeuwd te raken. Dat geldt vooral voor andere moderne en klassieke talen, geschiedenis, staatsinrichting / maatschappijleer / burgerschapsvorming, aardrijkskunde en kunstonderwijs: vooral dus met vakken die jongeren een brede talenkennis, culturele vorming en een vorming tot zelfstandig en kritisch burger moeten aanreiken. Het schrappen van les- en contacturen, juist in deze vakken, kan een schadelijke uitwerking op democratie en samenleving tot gevolg hebben. Uiteraard kost deze verschuiving in het onderwijspakket werkgelegenheid in de humaniora.De relatieve achteruitgang van de salarissen van leraren in het middelbaar onderwijs ten opzichte van die van hoger opgeleide beroepsbeoefenaars in andere sectoren maakt de situatie van docenten, vooral van de velen met slechts tijdelijke of parttime-banen, er niet gemakkelijker op. Sinds de beruchte HOS-nota van 1985 zijn docenten van 50 à 53 jaar en jonger er toch al fors in salaris op achteruitgegaan, vergeleken met hun voorgangers. Tegelijkertijd hebben zij voortdurend last van de op extrinsieke criteria gebaseerde 'targets' en 'output'-cijfers die ieder jaar op last van de huidige overheid gehaald moeten worden, en van de toenemende bureaucratische controles op die 'output'. In het vigerende marktwerkings- en bezuinigingsmodel zijn docenten bovendien, zoals een recent rapport van de WRR aangeeft, maar al te snel een prooi bij bezuinigingen.(5)2. Verschraling en verdwijning van werkgelegenheid op de universiteit en bij erfgoedinstellingenOp de Nederlandse universiteiten, ook te Nijmegen, wordt heel het onderwijs en onderzoek inmiddels door nauwelijks de helft van het personeel uitgevoerd. Van deze vakinhoudelijk uitstekend onderlegde universitaire docenten en onderzoekers heeft ruim 60 % geen vaste baan. Binnen dìe helft van het personeel, die bestaat uit management en administratieve diensten, heeft circa 87 % van de werknemers een goed betaalde, vaste functie. Bij musea en archief- en erfgoedinstellingen, ook in onze regio, is eenzelfde soort verschuiving zichtbaar van de voor het publiek bestemde en voor onderwijs en kennisverwerving onmisbare vakinhoud naar steeds meer interne overhead: vakspecialisten in de humaniora die met pensioen gaan krijgen er nauwelijks nog vakinhoudelijk gerichte opvolgers, waardoor een schat aan kennis verdwijnt; het geïnteresseerde publiek zal het in de nabije toekomst zonder goede informatie en begeleiding moeten stellen en werkgelegenheid wordt vernietigd.----------4. Zie onder meer mijn dissertatie Pieter 't Hoen en De Post van de Neder-Rhijn (1781-1787) (Hilversum 2002). Hierin heb ik, ruim zes jaar vóór het uitbreken van de kredietcrisis, gewaarschuwd tegen het eenzijdige privatiserings- en bezuinigingsdenken, en tegen een overheid die fundamentele maatschappelijke discussies uit de weg gaat en zich van steeds meer verantwoordelijkheden ontdoet, zodat zij bijgevolg niet langer in staat is een economische of politieke crisis adequaat het hoofd te bieden; zie pp. 766-767.5. Zie: Naar een lerende economie. Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, nummer 90 (Den Haag, november 2013) 281. p. 53. Meer management en bureaucratie als placebo voor verdwijnende vakspecialisten en vakgerichte werkgelegenheidBij toenemende bezuinigingen richt men zich, ook in onze regio, naar de inmiddels overal ingeslopen gewoonten, liever op de uitbreiding van overhead en management dan op behoud van de broodnodige kennis via benoeming van vakmensen. Beleidsmakers verkiezen veelal een manager of ambtenaar met eenzelfde commerciële of bestuurlijk gerichte opleiding en hetzelfde, herkenbare managementjargon boven een vakinhoudelijk deskundige, vaak gepromoveerde en ervaren wetenschapper of docent. Dit gebeurt in de praktijk in bepaalde gevallen zelfs indien de betreffende wetenschapper een inkomen verlangt dat minder dan de helft bedraagt van datgene wat men vervolgens aan de benoemde ambtenaar of manager toekent.4. Goedkoop is duurkoop: vrijwilligerswerk versus vakmanschap en werkgelegenheid ?En het inhoudelijke vakwerk dan ? Dat blijft voor het geïnteresseerde publiek en voor studenten en onderzoekers uit binnen- en buitenland uiteraard onmisbaar, maar wordt merendeels overgelaten aan goedwillende maar vaak slechts matig opgeleide vrijwilligers, die zonder deskundige begeleiding niet tot vakinhoudelijke interpretaties van het materiaal en het oplossen van vakinhoudelijke vraagstukken in staat zijn. Dit leidde in 2013 bijvoorbeeld in Nijmegen en omgeving tot het zogenaamd 'ontdekken' en, vergezeld van vele interpretatie- en transcriptiefouten, op internet publiceren van een middeleeuws document dat onder niet betaalde, werkzoekende en in dit geval niet geraadpleegde vakspecialisten al decennia lang bekend is.(6) Bovendien is het duidelijk dat deze manier van werk organiseren, afgezien van de onbevredigende resultaten, werkgelegenheid kost. Vrijwilligers kunnen uitstekend werk verrichten, maar alleen onder begeleiding van vakspecialisten die de behandelde bronnen en onderwerpen kennen; sterker nog, in praktijk vragen vrijwilligers zelf regelmatig om zulke begeleiding. Deze wordt dan in sommige gevallen geleverd door een werkloze, onbetaalde maar hoog opgeleide specialist voor wie in de bestaande beleidsplannen onder het huidige management- en bezuinigingsdenken geen plaats is !5. Onderwijs en onderzoek: tijdelijke banen als aanslag op de werkgelegenheid Een structureel probleem vormt het drie- en vierjarenstelsel dat sinds 1982 vrijwel universeel is ingevoerd: studies dienen in vier jaar afgerond, promovendi worden standaard ontslagen na vier jaar, vele docenten en academisch geschoolde archief- en museummedewerkers hebben aanstellingen voor één tot drie jaren. De oorzaak van dit systeem, en van het voortdurend noodgedwongen 'stapelen' van tijdelijke en parttime-aanstellingen door docenten in het middelbaar onderwijs, het h.b.o. en het w.o., is grotendeels gelegen in het misplaatst gebleken vertrouwen in de zegeningen van een 'flexibele' arbeidsmarkt. Dit misplaatste vertrouwen en de weigerachtigheid tot investeren in vaste banen zorgen, vooral in een h.b.o.- en universiteitsstad als Nijmegen, voor een zware aanslag op de werkgelegenheid. Er zijn tientallen gevallen bekend van docenten en onderzoekers in de humaniora en zelfs in de financieel veel beter bedeelde bèta-sector die twintig of dertig jaren lang hun loopbaan moeten vullen met tijdelijke aanstellingen - het trieste record staat vooralsnog op naam van een uitstekende maar inmiddels gestopte natuurwetenschapper met 23 tijdelijke aanstellingenin minder dan dertig jaar tijd, een vierjarige aio-plaats niet meegerekend.(7) Er wordt, ook in de regio Arnhem-Nijmegen, in de humaniora hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek verricht en op allerlei niveau's onderwijs gegeven op basis van honderden tijdelijke aanstellingen, sociale uitkeringen, bijbaantjes buiten het vakgebied, weduwen- of ouderdomspensioenen, financiële ondersteuning door familie en vrienden, en andere noodgrepen.----------(6) Het betreft hier een document uit het jaar 1470, uit het Gelders Archief te Arnhem, in 2013 met bijbehorende transcriptie en een illustratie te Nijmegen via e-mail verspreid als een volkomen nieuwe vondst. Het stuk, de transcriptie en het bijgeleverde commentaar met woordenlijst zijn gelezen en beoordeeld door mw. drs. A. Groustra-Werdekker, professioneel mediaeviste die twintig jaren onderzoek in het betreffende archief heeft verricht en niet alleen deze zogenaamde 'vondst' maar ook de achtergrond ervan reeds jaren kent. Zij heeft in het commentaar, de woordenlijst en de transcriptie een reeks onjuistheden aangewezen.(7) Dit voorbeeld is ontleend aan B. van Balen, Op het juiste moment op de juiste plaats. Waarom wetenschappelijk talent een wetenschappelijke carrière volgt (Rathenau Instituut, Den Haag, 2010) 69-70. p. 66. Verdwijning van fundamenteel langetermijnonderzoek: een harde klap voor werkgelegenheid en kwaliteit in de Nijmeegse LetterenEen van de grootste nadelen voor de werkgelegenheid in en rond Nijmegen van de huidige, doorgaans drie- of vierjarige aanstellingen is, naast de telkens terugkerende perioden van kortere of langere werkloosheid, het verdwijnen van de mogelijkheid tot het verrichten van fundamenteel langetermijnonderzoek. Juist dàt onderzoek levert de meeste en beste gegevens op, en bovendien gegevens van blijvende waarde voor generaties wetenschappers, studenten en geïnteresseerde leken, en niet op de laatste plaats voor bestuurders en politici. Juist dit onderzoek, dat op de lange termijn de meest duurzame resultaten oplevert, wordt vandaag de dag grotendeels aan zijn lot overgelaten. IIn de regio Arnhem-Nijmegen is bijvoorbeeld lange tijd gewerkt aan drie projecten op historisch gebied waarvan er twee specifiek op het terrein van de Gelderse geschiedenis, die ten gevolge van bezuinigingen alle drie zijn stilgevallen. Het betreft onderzoek op institutioneel en politiek-historisch gebied plus een aantal nevenactiviteiten, alle gericht op de perioden van circa 1500 tot 1900, waarmee Gelderland wetenschappelijk gezien tien à vijftien jaren voorloopt op alle andere Nederlandse provinciën èn op de aan ons land grenzende Vlaamse en Duitse grensregio's. De projecten lenen zich voor grensoverschrijdend onderzoek en het aantrekken van steun vanuit twee verschillende Euregio's. Ze zijn bij uitstek geschikt om Gelderland historisch maar ook toeristisch en museaal beter op de kaart te zetten en kunnen meerdere banen opleveren, maar liggen stil wegens bezuinigingen en het ontbreken van investeringen in langetermijnonderzoek.7. 'Ontboeking': gelijktijdige opheffing van werkgelegenheid en vakkennisSymptomatisch voor het afbreken van werkgelegenheid voor Letterenspecialisten onder invloed van het onder I en II geschetste politiek-economische denkpatroon is het vernietigen van boeken, vooral seriewerken die in de Letteren geraadpleegd worden, in bepaalde gevallen met als argument dat ze 'toch al op internet staan'.(8) Men vergeet ook in onze regio nog wel eens dat deze werken, zeker op de lange termijn, als fysiek object een eigen cultuurhistorische en economische waarde bezitten. Het werken en leren werken met zulke series vraagt tijd en kennis van zaken, kost dus geld, maar levert ook werkgelegenheid op. Meervoudig raadpleegbare kennis, digitaal èn in boekvorm en dus universeel beschikbaar, ook bij inbreuken op het technisch kwetsbare en van buiten manipuleerbare internet, hoort als weerslag en bron van onze beschaving in onze samenleving en onze democratie thuis, mèt daarbij de vakspecialisten die de inhoud van die kennis naar de samenleving toe kunnen vertalen. Een samenleving die zijn boeken weggooit, gooit ook zijn mensen weg; ten aanzien van de Letteren gebeurt dit reeds.----------(8) Ondergetekende heeft afgelopen jaren in Nijmegen en omgeving bij verscheidene erfgoedinstellingen meerdere seriewerken van de papierversnipperaar gered, onder andere een serie uitgegeven resolutiën van de Staten-Generaal. Deze twaalf lijvige boekdelen kostten een aantal decennia geleden bij hun uitgave f 110,- per stuk; de gehele serie, omgerekend naar de huidige munt, circa € 650,-.p. 7IV. Werkgelegenheid in de Nijmeegse en Gelderse Letteren: actiepunten en oplossingen1. Werkgelegenheid in de humaniora: samen investerenHierboven is overvloedig de onmisbaarheid voor democratie en samenleving aangetoond van degelijk onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in de Letteren. Uit het bovenstaande zijn voorts de negatieve effecten op democratie en samenleving duidelijk geworden die dertig jaren onafgebroken bezuinigingen op de Letteren gesorteerd hebben. Tegelijkertijd is gebleken dat de humaniora niet te organiseren en te bekostigen zijn op bedrijfsmatige basis. Zij zijn maatschappelijk, politiek en cultureel onmisbaar, maar de winst die zij opleveren is vrijwel altijd indirect: zij leveren de kennis en vaardigheden die maatschappij en democratie soepel laten draaien waardoor zich ook een stabiele economie kan ontwikkelen.Daarom zullen werkzoekenden in de humaniora tezamen met overheden de financiële middelen bijeen moeten brengen om in onderwijs en onderzoek te investeren en daar nieuwe banen te scheppen. Een stevig organisatorisch en rechtsgeldig fundament hiervoor is in Nijmegen reeds gelegd in de vorm van de Stichting Fenix.2. De organisatorische basis: Stichting FenixDe Stichting Genootschap Fenix voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek en Academisch Maatschappelijk Werk, kortweg Stichting Fenix, werd door ondergetekende en mw. drs. A. Groustra-Werdekker opgericht op 11 november 2010, als reactie op de ingrijpende bezuinigingen, reorganisaties en toenemende bureaucratisering en werkloosheid die in de periode 1982 - 2010 plaatsvonden in onderwijs en onderzoek, in het bijzonder op het gebied van de humaniora.De Stichting bouwt een eigen fonds op ter ondersteuning van academisch gevormde onderzoekers, docenten en publicisten in de humaniora die zonder aanstelling bij een universiteit of ander wetenschappelijk instituut, of met slechts een tijdelijke of parttime-baan in het middelbaar onderwijs zelfstandig en met eigen geldmiddelen onderzoek doen, lezingen geven, doceren en publiceren, of hun vakkennis inzetten bij nonprofit-organisaties op maatschappelijk gebied. Ook academici die op het literaire vlak werkzaam zijn, kunnen onder bepaalde voorwaarden door de stichting worden ondersteund.De stichting beschikt momenteel over een bescheiden budget van ruim € 3000,- dat is opgebouwd uit donaties van een klein aantal donateurs, rente-inkomsten, en eigen inleg door de werkzoekenden die door de stichting worden ondersteund.Wie in aanmerking komt, en dat komt men uitsluitend op basis van aantoonbare vakinhoudelijke prestaties, kan zich voor € 25,- per jaar als ‘medewerker’ van de stichting inschrijven en ontvangt vervolgens zoveel steun als de stichting kan bieden. Voorlopig bestaat de financiële steun uit kleine bedragen, op dit moment € 35,- per jaar, bijvoorbeeld voor de aankoop van benodigde vakliteratuur of reiskosten voor bezoek aan een archief of bibliotheek.Voor donateurs bedraagt de minimumdonatie € 25,- per jaar. Deze geeft elke donateur jaarlijks recht op een publicatie naar keuze, geschreven door een Fenix-medewerker of -bestuurder.De stichting is statutair gevestigd te Nijmegen en staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Centraal Gelderland, onder nummer 51262371.Het bestuur bestaat voorlopig uit de oprichters, mw. drs. A. Groustra (secretaris) en dr. P. Theeuwen (voorzitter / penningmeester). p. 8In de Commissie van Aanbeveling en Advies hebben zitting: mw. prof. dr. E.M. Mulder, emerita-hoogleraar musicologie (Radboud Universiteit Nijmegen) en mw. drs. G.M.W. Ruitenberg, hoofd van het Platform Particuliere Archieven.De statuten, reglementen en overige bijbehorende bescheiden kunnen wij U digitaal of op papier doen toekomen.Stichting Fenix is in principe landelijk gericht maar heeft uiteraard Nijmeegse wortels en richt zich in deze jaren van opbouw met name op de werkgelegenheid onder academici in de humaniora in de regio Arnhem-Nijmegen. Op dit moment ondersteunt zij een vijftal medewerkers, werkzoekenden in de Letteren die met onmiddellijke ingang binnen hun vakgebied aan het werk zouden kunnen indien er in vijf zeer bescheiden salarissen geïnvesteerd zou worden.De structuur van de stichting en haar reglement zijn dusdanig opgebouwd dat zij, indien zij voldoende fondsen daartoe kan verkrijgen, zelf salarissen en pensioenen kan uitbetalen. Indien het zover zou komen, zou de stichting voor het financieel beheer en juridische ondersteuning deskundigen van buiten inhuren. Voor het overige kent de stichting geen geldverslindende overhead of duurbetaald management, en zij ondersteunt uitsluitend vakinhoudelijk werk. Bestuurders worden gerecruteerd uit de medewerkers van de stichting zelf en zijn verplicht wekelijks 18 tot 24 uur aan vakinhoudelijke activiteiten te besteden, zodat zij steeds met de werkvloer verbonden blijven. Qua beloning staan zij gelijk met de overige medewerkers.De stichting kan een solide basis vormen voor opbouw van een eigen werkgelegenheidsfonds voor de humaniora in de kennisregio Arnhem-Nijmegen.3. FondsopbouwDe noodzakelijke fondsopbouw kan langs meerdere wegen worden aangepakt:a. Eigen bijdragen van de deelnemers. Stichting Fenix hanteert € 25,- als minimum, maar indien de overheid of andere partners dusdanig bijdragen dat een baangarantie dichtbij komt, kan men dit bedrag, mits per persoon naar ieders maximale draagkracht vastgesteld, aanzienlijk verhogen.b. Overheidssubsidies. Het is zinvol samen te overleggen over het omzetten van sociale uitkeringen in betaald vakinhoudelijk werk, waarbij men het uitkeringsgedeelte in het salaris kan verlagen naarmate er meer geld wordt verkregen uit andere bronnen, via fondswerving en via geleidelijke verhoging van de medewerkersbijdrage.c. Particuliere fondsen. Bepaalde bestaande fondsen zijn wellicht bereid een bijdrage te leveren, hetzij aan de genoemde kredietunie, hetzij aan individuele projecten.d. Eenmalige sponsoring of doorlopende donaties. Deze vormen nu reeds een kleine maar zeer waardevolle inkomstenbron voor Stichting Fenix.4. Kostenbeheersing met crisisventielWerk in de humaniora wordt gekenmerkt door een hoge opbrengst tegen geringe kosten: de Letteren leggen de basis voor een democratische, menswaardige en stabiele samenleving met gebruikmaking van reeds aanwezige, openbare collecties bronnen, literatuur, artefacten en kunstwerken, via ict-aansluitingen en handbibliotheken die elke werkzoekende in deze sector al in huis heeft, en voor de prijs van een pen en papier, een usb-stick en een treinkaartje. Ook de loonkosten kunnen zeer bescheiden zijn. Voor Stichting Fenix gaan wij uit van een maximum beloning of salaris van € 2475,- bruto per maand, in crisistijd eventueel te reduceren tot minimaal € 1980,- bruto per maand.Bij een dergelijke kostenbeheersing, zelfs met een van buitenaf ingehuurde accountant en eventuele juridische ondersteuning, zijn de totale kosten relatief laag te houden en moet er financiering voor deze plannen te vinden zijn.p. 95. Een compleet specialisme tegen minimale kostenMen moet bij een analyse van kosten en baten bedenken, dat het betalen van één of twee goede specialisten binnen de humaniora vaak al betekent dat men een complete Letterendiscipline in huis haalt met een uitstraling op nationaal of zelfs internationaal niveau.6. Nijmeegse werkgelegenheid in de Letteren en de Euregio'sEen voordeel van de geografische ligging van Nijmegen is uiteraard dat het niet slechts aan de rand van Nederland maar bovendien midden in Europa ligt. De stad maakt deel uit van de Euregio Rijn-Waal en grenst daarnaast aan de Euregio Rijn-Maas Noord. De Euregio Rijn-Waal omvat, naast de regio Arnhem-Nijmegen tot en met Wageningen, een gedeelte van oostelijk Noord-Brabant en een groot Duits gebied van de omgeving van Kleef tot en met Duisburg en Xanten.De Euregio Rijn-Maas Noord is samengesteld uit Noord- en Midden-Limburg plus een even groot aangrenzend Duits gebied, en opgebouwd met als voorbeeld het vroegere Overkwartier van Gelre, het voormalige vierde kwartier van Gelderland dat globaal hetzelfde territorium besloeg.Gezien de intense gezamenlijke geschiedenis van ons huidige Gelderland en grote delen van deze aangrenzende gebieden en de mede daarop gebaseerde nieuwe economische en culturele samenwerkingsverbanden valt hier voor de Nijmeegse humaniora een wereld te winnen in hetkader van historische en culturele projecten, het creëren van werkgelegenheid en de werving van geldmiddelen daartoe. In aansluiting daarop geldt dit tevens voor het Nijmeegse bedrijfsleven.Binnen Stichting Fenix wordt gewerkt aan concrete projectvoorstellen, onder meer in het kader van deze gezamenlijke Duits-Gelderse en Gelders-Limburgse geschiedenis, die ook vanuit de Nijmeegse en Gelderse politiek alle steun verdienen en zowel binnen als buiten de Gelderse provinciegrenzen extra werkgelegenheid kunnen scheppen. Wij dringen dan ook ten zeerste aan op financiering van deze projecten via, onder meer, samenwerking met de beide betreffende Euregio's, de Provincie Limburg en lokale overheden en erfgoedinstellingen aldaar.Stichting Fenix is overigens vanaf het begin zodanig ingericht, dat op termijn uitbreiding van activiteiten naar Duitsland en ook België mogelijk is. Voor deze inrichting is gekozen vanuit de ervaring dat onze Duitse en Belgische vakbroeders en -zusters in de humaniora met dezelfde problemen kampen als wij. Met regelmaat zien Nederlandse, Duitse en Vlaamse specialisten in de Letteren zich om bezuinigingsredenen gedwongen in elkaars landen tijdelijk werk te zoeken en als het ware 'academisch asiel' aan te vragen. Laten we trachten met doelgerichte investeringen deze situatie ten goede te keren zodat het voortaan alleen nog vakinhoudelijke motieven en contacten van vruchtbare samenwerking en vriendschap zullen zijn die dit grensverkeer bevorderen.P. Theeuwen / Stichting Fenix, 30 december 2013 - 23 juli 2019 p. 10Beknopte literatuurlijstAbma, R., De publicatiefabriek. Over de betekenis van de affaire-Stapel (Nijmegen 2013).Balen, Barbara van, Op het juiste moment op de juiste plaats. Waarom wetenschappelijk talent een wetenschappelijke carrière volgt (Rathenau Instituut, Den Haag, 2010).Boomkens, R., Topkitsch en slow science. Kritiek van de academische rede (Amsterdam 2008).Brink, G. van den, e.a. (red.), Beroepszeer. Waarom Nederland niet goed werkt (Amsterdam 2005).Cohen, J., e.a., Duurzame geesteswetenschappen. Rapport van de Commissie Nationaal Plan Toekomst Geesteswetenschappen (Amsterdam 2008).Dekker, R., Het excellentietraject. Discussies over wetenschap, onderwijs en de universiteit (Amsterdam 2015).Dorsman, L.J., Knegtmans, P.J., Het universitaire bedrijf. Over professionalisering van onderzoek, bestuur en beheer (Hilversum 2010).Nussbaum, Martha, Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft (Amsterdam 2011).Palm, Ineke, Van Dijk, Jasper, Flentge, Erik, De wetenschapper aan het woord. Ontketen het onderzoek (Den Haag 2016).Soete, L., e.a., Publieke kennisinvesteringen en de waarde van wetenschap. Rapport van de Commissie 'Waarde van wetenschap' van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (Amsterdam 2013).Theeuwen, P., Pieter 't Hoen en De Post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Hilversum 2002).Vonhoff, H., e.a., Men weegt Kaneel bij 't lood. Rapport van de Commissie Toekomst van de Geesteswetenschappen (Utrecht 1995).Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: Naar een lerende economie. Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, nummer 90 (Den Haag, november 2013).