Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Een intellectuele en maatschappelijke ramp

Een intellectuele en maatschappelijke ramp

Bezuinigingen en marktwerking in de humaniora als gevaar voor onze democratie I. De Letteren: 35 jaar afbraakDe humaniora, de traditionele talen-, literatuur-, geschiedenis-, filosofie-, kunst- en religiewetenschappen en de daarmee verwante studierichtingen van bijvoorbeeld staats- en volkenrecht zijn onmisbaar voor een moderne maatschappij. Zij leren ons communiceren met andere taalgebieden en culturen, conserveren en interpreteren ons heden en verleden, reflecteren kritisch op ons gedrag en op onze morele en levensbeschouwelijke opvattingen, en wijzen ons op onze maatschappelijke verantwoordelijkheden. Daardoor vormen zij het geheugen, het geweten en het kritisch denkvermogen van de samenleving en vervullen zij een gidsfunctie voor onze democratie.Toch worden die taken al 35 jaren actief bedreigd. Vanaf het aantreden op 4 november 1982 van het eerste kabinet-Lubbers tot en met het huidige kabinet-Rutte II is door de achtereenvolgende regeringen op het vlak van de humaniora continu gereorganiseerd en bezuinigd:Sinds 1982 is een misplaatst geloof in een absolute, onfeilbaar geachte marktwerking langzaam maar zeker het denken en handelen binnen het merendeel van onze politieke partijen gaan beheersen. Zoals bekend leverde dat een scala aan sociaal-economische 'wondermiddelen' op: deregulering, privatisering, hervorming van de (semi)-overheid naar commerciële managementmodellen en een dogmatisch geworden bezuinigingswoede t.a.v. de gehele collectieve sector. Resultaat: de kredietcrisis van september 2008.De humaniora zijn sinds eind 1982 als bindmiddel en morele basis voor onze samenleving en onze democratie, en als drager en leermeester van ethische, culturele en politieke kennis, grotendeels weggedrukt ten faveure van de lucratievere technologische en economische know-how. Het uitbreken van de krediecrisis heeft aangetoond, dat deze know-how de samenleving alleen ten goede komt indien zij gebaseerd is op de morele grondslagen en de maatschappelijke inzichten die door de humaniora aangereikt worden. Immers, juist het ondoordacht, gewetenloos of kritiekloos handelen van talrijke betrokkenen in de bankwereld, het bedrijfsleven en bij de overheid heeft deze crisis veroorzaakt.II. Pseudo-marktwerking, kennis- en kapitaalvernietigingTot inzicht in en verbetering voor de zo cruciale rol van de humaniora heeft de crisis niet geleid. Integendeel trachten de regeringspartijen en een groot deel van de oppositie de gevolgen van de crisis te verhalen op onder meer onderwijs en wetenschap via verdere bezuinigingen, vooral op die studies, die vóór de crisis het meest voor de gevolgen van de neo-conservatieve marktwerkingswaanzin gewaarschuwd hebben: de humaniora.Vóór 1982 bestond de maatschappelijke opdracht van de moderne humaniora ruim een eeuw lang uit het dienen van samenleving en democratie door het opleiden van specialistisch goed opgeleide, maar tevens intellectueel breed gevormde docenten en wetenschappers. Het accent is sindsdien grotendeels verschoven naar het zo snel en goedkoop mogelijk afleveren van trainees voor bedrijfsleven en overheidsdiensten.Vaste elementen binnen die funeste ontwikkeling:1. Vervanging van interne kwaliteit en vakbekwaamheid als beoordelingscriteria door 'meetbare' externe managementcriteria, tegengesteld aan de vakinhoud: Onderzoeks- en onderwijsinstellingen, musea, archiefinstellingen en individuele wetenschappers worden 'afgerekend' per afgeleverde student, aantal publicaties of bezoekersaantallen. Hiermee bereikt de marktgerichte overheid:2. Pseudo-marktwerking: Door de overheid afgedwongen concurrentie om bewust schaars gehouden geldmiddelen tussen docenten, onderzoekers en instellingen. Overheid en onderwijsmanagement kunnen door deze pseudo-concurrentie en het welbewust schaars houden van investeringen werknemers in de humaniora, die vakinhoudelijk alleen belang hebben bij samenwerking, tegen elkaar uitspelen en zwak houden. Tal van onderwijs- en cultuurmanagers werken aan dit beleid mee en krijgen op het hoogste niveau exorbitante topsalarissen (bijvoorbeeld op h.b.o.'s en universiteiten).3. 'Sovjetisering' van onderwijs en wetenschap: - Verschuiving van honderden miljoenen onderzoeksgeld van de universiteiten naar de staats-subsidieverstrekker NWO (minister R. Plasterk, 2007); dit resulteert in een door de staat aangestuurd, voornamelijk op het bedrijfsleven en commerciële know-how gericht onderwijs- en onderzoeksprogram, ten koste van vrije, vanuit de vakinhoud gestuurde fundamentele wetenschap en vooral van de toch al slecht bedeelde humaniora. Van alle onderzoeks- en onderwijsbudgetten gaat 70 à 80 % naar de bèta-sector, voor een groot gedeelte naar commercieel onderzoek. Kortom: aantasting van de vrijheid van schrijven en onderwijzen, denken en onderzoeken via staatsgestuurde financiële manipulatie.- Studierichtingen en onderzoeksprojecten worden gebonden aan door de staat opgelegde vierjarenplannen. Het halen van 'het papiertje' of van het 'target', of het bereiken van een hoge plaats op een of andere 'ranking' wordt belangrijker dan kennisverwerving, kwaliteit en integriteit. Gevolg: diploma-inflatie en -fraude (b.v. Hogeschool InHolland), plagiaat, oplichting (Diederik Stapel) en ernstige onzorgvuldigheid (Roos Vonk). De uitvoering van tal van lange termijn-projecten, juist voor de humaniora belangrijk, wordt onmogelijk gemaakt en het leggen van bredere verbanden tussen kennisvelden belemmerd: men vergelijke dit alles met de onwerkbare, voortdurend mislukkende economische meerjarenplannen van wijlen de Sovjet-Unie.4. Actieve bevordering van werkloosheid en kennis- en kapitaalvernietiging:- Inperking van onderwijs en onderzoek in vierjarenplannen en tijdelijke drie- of vierjarige aanstellingen betekent grotere werkloosheid. Vele onderzoekers krijgen momenteel geen kans zich verder te ontwikkelen en een eigen wetenschappelijk oeuvre op te bouwen, maar verlaten gedesïllusioneerd hun vak na een opeenstapeling van uitzichtsloze, tijdelijke contracten - er is een geval bekend van een zeer getalenteerde maar intussen gestopte onderzoeker met 23 tijdelijke aanstellingen in minder dan 30 jaar tijd, een aio-plaats niet meegerekend.- Docenten en wetenschappers verdwijnen in het uitkeringscircuit, terwijl vaak een overvloed aan gespecialiseerd vakwerk voor hen klaar ligt; maar daarvoor wordt geen salaris betaald wegens de aanhoudende bezuinigingen !- Hoe meer docenten en wetenschappers werkloos raken of naar het buitenland vertrekken, hoe groter de kennis- en kapitaalvernietiging.- Docenten en wetenschappers die (gedwongen) buiten hun vakgebied terechtkomen en daar aan de slag gaan, verdringen weer anderen van de arbeidsmarkt.- Funeste trend: het overhevelen van gespecialiseerd vakwerk in archieven, musea, onderzoeksinstellingen etc. van vakmensen met een bescheiden salaris maar vaak enorme kennis naar onbetaalde, goedbedoelende maar soms weinig bekwame vrijwilligers. - Het vervangen van uitstekende maar bescheiden vakmensen die voor weinig geld topkwaliteit leveren door peperdure maar vakinhoudelijk onbekwame managers, die zich weten te promoten op basis van de heersende waan van de dag; of door administratieve krachten die slecht op inhoudelijke taken zijn berekend. (zie het ontslag in het Ned. Muntmuseum van de bekwame directeur dr. A. Scheffers en zijn wetenschappelijke staf, en de gevolgen daarvan).- Ondoordachte 'ontboeking': vernietiging van geschreven teksten zodra deze via Internet beschikbaar zijn, op basis van managementconcepten maar zonder rekening te houden met de inhoudelijke of antiquarische waarde van deze teksten, de technische risico's van Internet en de cognitieve nadelen van exclusief via Internet studeren, met als gevolg vernietiging van een miljoenenkapitaal aan boeken. III. Gevaren voor democratie en samenleving1. Het boven beschreven beleid bedreigt rechtstreeks onze vrije wetenschapsbeoefening en daarmee ons grondrecht van vrijheid van meningsuiting; zie kopje 'Sovjetisering'.2. Vaardigheden, door de humaniora aangeleerd, dreigen door de boven geschetste ontwikkelingen steeds meer uit de samenleving te verdwijnen. Men denke aan zorgvuldig lezen en analyseren, kritisch en zo objectief mogelijk redeneren, zorgvuldig schrijven en formuleren, de nodige zelfkritiek in acht nemen, de maatschappelijke consequenties overwegen van wat men schrijft of produceert en ethisch verantwoord handelen op basis van degelijk onderzoek en ruime kennis van zaken. Dit heeft rechtstreekse gevolgen voor dagelijkse leer-, werk- en leefsituaties, voor de kwaliteit van onderwijs en wetenschap, maar ook voor de kwaliteit van de democratie, en van onze omgangsvormen tot in ons parlement toe (zie een berucht debat tussen PVV-kamerlid G. Wilders en premier M. Rutte over de Turkse premier Erdogan op 22 september 2011: 'Doe eens normaal man !' -- 'Doe zelf normaal !'). 3. In het licht van het hierboven beschreven beleid met 35 jaren verwaarlozing van de humaniora is anno 2019 onder de bevolking een toenemend wantrouwen ten opzichte van de politiek, de democratie en de rechtsstaat merkbaar, alsmede de opkomst van radicale, op vooroordelen gebaseerde en ondemocratische of zelfs anti-democratische groeperingen van allerlei aard. 4. Bij vele voornamelijk economisch gerichte bestuurders en politici is een toenemende moeite waarneembaar in het omgaan met historisch gegroeide realiteiten en met ethische, sociale, culturele, militaire, staatsrechtelijke en volkenrechtelijke vraagstukken. Men herinnere zich de eerste reactie van toenmalig premier J.-P. Balkenende na de presentatie op 12 januari 2010 van het uiterst degelijke rapport van de commissie van W. Davids, oud-president van de Hoge Raad, over de besluitvorming tot Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. De premier verklaarde toen in eerste instantie over de harde wetenschappelijke conclusies van deze door hemzelf ingestelde commissie dat inzake de juridische grondslagen tot steun aan deze oorlog de 'meningen onder deskundigen altijd verdeeld zijn geweest'. Voortdurend ondernemen politici en managers in openbare besturen pogingen harde wetenschappelijke bewijzen en conclusies te nivelleren tot 'meninkjes', zoals ook in de discussies over de klimaatverandering. 'Meninkjes' zijn immers onbelangrijk, die kan men negeren en degenen die ze uitspreken wegbezuinigen. IV. Oplossingen1. Laat culturele, onderwijs- en onderzoeksinstellingen besturen volgens democratiche normen door gekozen bestuurders, gerecruteerd uit ervaren docenten en onderzoekers die zelf nog volop in de onderwijs- of onderzoekspraktijk staan en uit de studenten, en tegen een redelijke vergoeding; geen managers en bureaucraten meer van buiten het vak met astronomische salarissen.2. Geen tijdelijke dead-end jobs en vierjarenplannen meer ! Vaste banen, op basis van bewezen talent en inhoudelijk goede prestaties, gemeten volgens intrinsieke criteria die, al naar gelang de specifieke onderwijs- of onderzoekstaak van de betreffende persoon, bepaald worden door ervaren vakgenoten. Geen kostbare visitaties meer en geen beoordelingen op basis van extrinsieke managementcriteria die met de vakinhoud niets te maken hebben3. Voor dit vast werk een redelijk salaris: voor € 24.750,- bruto per jaar kan een docent of onderzoeker in de Letteren al prachtig werk verrichten ! 4. Afschaffing van de graaicultuur in de top en sub-top van de (semi-)overheid.5. Speciale financiële steun voor lange termijn-onderzoek.6. Subsidiëring van universiteiten en andere wetenschappelijke centra rechtstreeks door het Ministerie van Onderwijs en opheffing van NWO. Betaling op basis van wat elke instelling voor kwalitatief goed onderwijs en onderzoek nodig heeft in plaats van outputfinanciering (= uitputfinanciering !). Geen kwantitatieve maatstaven voor financiering meer, maar uitsluitend kwalitatieve en strikt vakinhoudelijke. 7. Prioriteit voor fundamenteel onderzoek bij de verdeling van onderzoeksgelden (minstens 60 % van het totaal) en een evenredig budget voor de bèta-studies en de humaniora ! 8. Bij universiteiten en andere overheids- en semi-overheidsorganisaties geen vervanging meer van vakbekwame professionals uit de Letteren door vakinhoudelijk onbekwame managers en bureaucraten en goedwillende maar halfopgeleide vrijwilligers.9. Leer bestuurders en politici werken volgens humaniora-maatstaven (zie de vaardigheden onder III. 2) via trajecten, ingericht en uitgevoerd door professionals uit de Letteren.10. Meer promotiebeurzen voor leraren; meer gastcolleges en workshops vanuit h.b.o's en universiteiten in het middelbaar onderwijs.11. Goede contacten met en financiële steun voor burgerinitiatieven in het kader van werkgelegenheid, zoals Stichting Fenix. V. Aanbevolen literatuurAbma, R., De publicatiefabriek. Over de betekenis van de affaire-Stapel (Nijmegen 2013).Balen, Barbara van, Op het juiste moment op de juiste plaats. Waarom wetenschappelijk talent een wetenschappelijke carrière volgt (Rathenau Instituut, Den Haag, 2010).Boomkens, R., Topkitsch en slow science. Kritiek van de academische rede (Amsterdam 2008).Brink, G. van den, e.a. (red.), Beroepszeer. Waarom Nederland niet goed werkt (Amsterdam 2005).Cohen, J., e.a., Duurzame geesteswetenschappen. Rapport van de commissie Nationaal Plan Toekomst Geesteswetenschappen (Amsterdam 2008).Dekker, R., Het excellentietraject. Discussies over wetenschap, onderwijs en de universiteit (Amsterdam 2015).Dorsman, L.J., Knegtmans, P.J., Het universitaire bedrijf. Over professionalisering van onderzoek, bestuur en beheer (Hilversum 2010).Nussbaum, Martha, Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft (Amsterdam 2011).Palm, Ineke, Van Dijk, Jasper, Flentge, Erik, De wetenschapper aan het woord. Ontketen het onderzoek (Den Haag 2016).Vonhoff, H., e.a., Men weegt Kaneel bij 't lood. Rapport van de Commissie Toekomst van de Geesteswetenschappen (Utrecht 1995).dr. P. Theeuwen, mei 2013 - juli 2019