Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Johan graaf van Welderen, 1711-1724

p. 1Zeer geachte aanwezigen,Een tijdje geleden had ik de eer de heer Drost bij hem thuis te mogen bezoeken. Een van de dingen die mij daarbij bijzonder troffen, waren de prachtig geschilderde portretten van een aantal voorouders van dhr. Drost. Welwillend observeren die voorouders vanuit hun portretten als het ware de bezoeker, met de bescheiden, ingetogen waardigheid en vriendelijkheid, die, zoals ik heb mogen ervaren, ook hun nazaat zozeer eigen zijn. Zij voeren die bezoeker in gedachten mee tot in de zestiende eeuw: de tijd waarin de landdagsrecessen, waaraan dhr. Drost zo lang met zoveel toewijding heeft gearbeid, voor het eerst gebundeld werden in series lijvige folianten, ten gerieve van de diverse gewestelijke, kwartierlijke en stedelijke regeringscolleges.Zo ver als die gebundelde recessen en de portretten van mr. Drost reiken in tijd, zover reiken de landdagsrecessen ook in ruimte. Gelderse politiek ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was immers ook nationale Nederlandse, ja zelfs Europese politiek, waarover het gewest Gelderland, als een van de zeven in de Staten-Generaal vertegenwoordigde gewesten, moest meebeslissen. Die ruimtelijke reikwijdte van lokale tot en met Europese politiek, en daarmee het belang van het werk van dhr. Drost voor de Gelderse, Nederlandse en Europese geschiedenis , wil ik U hier in het kort schetsen, en wel in de vorm van een politiek en ambtelijk portret. Onderwerp van dit portret is Johan graaf van Welderen tot Valburg. Johan ofwel Jan van Welderen was ambtman, richter en dijkgraaf van de Neder-Betuwe, van 1696 tot 1723; functies waarin hij door prins Willem III, koning van Engeland en stadhouder van onder meer Gelderland, was benoemd. Via de regesten van dhr. Drost is het mogelijk vele Gelderse bestuurders op de voet volgen; zo ook Jan van Welderen, vanaf het jaar 1711, het jaar waarmee dhr. Drost is gestart in zijn toegangen op de landdagsrecessen.De regesten van mr. Drost leren ons dat Jan van Welderen naast zijn ambtelijke functies in de Neder-Betuwe ook verscheidene politieke functies bekleedde, op gewestelijk en nationaal niveau: hij had namens de ridderschap van het Kwartier van Nijmegen zitting in de Landdag ofwel de Staten van Gelderland, en hij werd namens die Landdag vele jaren lang afgevaardigd naar de vergadering der Staten-Generaal in Den Haag. We zien hem in de regesten functioneren op maar liefst vijf, elkaar vaak overlappende niveau’s: lokaal, regionaal , gewestelijk, nationaal en internationaal.Om met de lokale en regionale niveau’s te beginnen, Van Welderen oefende als ambtman en richter zijn bestuurlijke en rechterlijke taken uit over de dorpen en landerijen van de Neder-Betuwe; veelzijdige taken, zoals het toezicht houden op de openbare orde, de uitvoering van de wetten die door de Landdag werden uitgevaardigd.en het voorzitten van de dorpsgerechten. Op lokaal niveau zien we hem via de recessen van 1713, 1717 en 1723 aan het werk als ambtman. In die functie moest hij verscheidene malen op last van de Landdag beschikken over het in erfpacht uitgeven van bouw- en weilanden. Deze behoorden tot de plaatselijke kerkgoederen van Dodewaard, Echteld en Avezaath. Van Welderen vroeg de Landdag in 1721 overigens toestemming om ook zelf enige landerijen in erfpacht te mogen uitgeven; landerijen namelijk die behoorden tot de vicarie van St. Christoffel te Valburg, een vicarie die ter beschikking van Van Welderen stond als heer van Valburg. Daarmee geven de regesten van dhr. Drost ons tevens een inkijkje in de persoonlijke heerlijke rechten van Van Welderen.p. 2Van Welderens taak als dijkgraaf was zeer belangrijk in de altijd – immers ook nu nog – door het water bedreigde Neder-Betuwe. Zijn activiteiten in de strijd tegen het water strekten zich echter uit tot ver buiten zijn ambtsgebied. Als afgevaardigde in de Gelderse Landdag had Van Welderen zijn inbreng in de Commissie tot Beneficiëring van de Nederrijn en IJssel: een orgaan dat plannen smeedde en uitvoerde ter regulering van de waterhuishouding in Gelderland en in de zuidelijke delen van Overijssel, Utrecht en Holland, onder meer via het beheer over het Pannerdens Kanaal. Deze commissie stond voortdurend in overleg met de Utrechtse en Overijsselse Staten; later, na 1730, ook met de Hollandse.Gedurende zijn ruim 20-jarige staat van dienst als afgevaardigde ter Landdag had Jan van Welderen een aandeel in tal van andere lokale, gewestelijke en nationale kwesties. De regesten van dhr. Drost verschaffen ons hieromtrent in korte, helder geformuleerde lemmata een schat aan informatie en bronnenverwijzingen. Enkele voorbeelden: in 1719 onderzocht Van Welderen berichten over de vervolging van protestanten in naburige Duitse gebieden, in casu de Palts en Munster. In 1720 werkte hij mee aan een goede verdeling over de drie Kwartieren van de quoten, de jaarlijkse lasten die elk gewest moest betalen aan de Generaliteit in Den Haag. In oktober 1721 werkte hij aan maatregelen ter bestrijding van besmettelijke ziekten: onder meer aan een verbod op het importeren van lompen voor de papierfabricage op de Veluwe: de vodden, die tot papierpulp vermalen werden, konden immers besmet zijn. En in april 1723 bemiddelde hij in een conflict tussen de magistraat en de burgerij van Hattem over het verkiezen van een burgemeester – U ziet, gelet op het recente gekibbel over burgemeestersverkiezingen is er niets nieuws onder de zon. Een heel bijzondere taak was zijn deelname in oktober 1722 aan de commissie tot het opstellen van een instructie voor prins Willem IV van Oranje, bij zijn benoeming tot stadhouder van Gelderland. Begin november reisde Van Welderen, als lid van een delegatie uit de Landdag, naar het jachtslot te Dieren, om de prins plechtig het stadhouderschap over het gewest aan te bieden.Jan van Welderen was ongetwijfeld uitstekend op zijn plaats in deze voorname commissies rond het herstel van het stadhouderschap, gezien zijn ruime ervaring in de grote, nationale en internationale politiek. De landdagsrecessen laten uitgebreid zien, dat hij als afgevaardigde van Gelderland in de Staten-Generaal ten nauwste betrokken was bij het verloop en de gevolgen van de Spaanse Successieoorlog. In deze oorlog trachtten de Republiek, Engeland en de Duitse, Habsburgse keizer tevergeefs te voorkomen, dat koning Lodewijk XIV van Frankrijk zijn kleinzoon op de troon van Spanje zou brengen. De oorlog duurde van 1702 tot 1713, en eiste een zware tol aan mensenlevens, niet in de laatste plaats onder de Gelderse adel, van wie velen als officier in het Staatse leger dienden. Dat leger, enorm vergroot door tijdelijk aangeworven huurtroepen, telde tegen het einde van de oorlog ruim 100.000 man. Daartoe behoorden onder meer 8000 van Pruisen overgenomen soldaten, gestationeerd in Italië, aangezien er ook verscheidene Italiaanse vorstendommen in het geding waren. Van Welderen besliste onder meer mee over het in dienst houden van deze Pruisische troepen in Italië voor de jaren 1712 en 1713.p. 3 In de jaren 1713 – 1719 was Van Welderen in de Staten-Generaal voortdurend betrokken bij de afwikkeling van de Spaanse Successieoorlog. Op de eerste plaats nam hij in 1713 namens Gelderland deel aan de besprekingen in de Staten-Generaal over de voorwaarden voor vrede met Frankrijk en Spanje. Vervolgens had hij zijn inbreng in de onderhandelingen over het zogeheten Barrière-traktaat: een verdrag tot aanleg van een Staatse vestinggordel in de Zuidelijke Nederlanden, als afweermiddel tegen eventuele toekomstige Franse agressie. Daarvoor moesten onze graaf en zijn collega-afgevaardigden onderhandelen met een Oostenrijkse afgezant, de markies De Prié, want bij de vrede van 1713 kwamen de Zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijks, d.w.z. Habsburgs bewind.De voorname rol van Van Welderen als Gelders afgevaardigde wordt bevestigd door het feit, dat hij in de Landdag de belangrijkste rapporteur was van wat er in de Staten-Generaal werd verricht: hij bracht hiervan verslag uit in de periode 1712 tot en met 1719, en daarna nog een keer in 1724.De regesten van dhr. Drost laten via een eenvoudig voorbeeld zoals dat van Jan van Welderen zien, hoeveel informatie de Gelderse Landdagsrecessen ons te bieden hebben op ieder terrein van bestuur en samenleving in Gelderland, vanaf de erfpacht van een plaatselijk weiland tot en met het Gelders aandeel in de besprekingen over vredesverdragen waarbij meerdere Europese staten betrokken waren. Van groot belang voor het opsporen van deze informatie door de gebruiker van de regesten, zijn de uitstekende registers die dhr. Drost heeft opgesteld: een alfabetisch register van trefwoorden en persoonsnamen, een register van afgevaardigden naar de Landdagen, en een lijst van afgevaardigden naar de Staten-Generaal en naar andere Generaliteitscolleges zoals de centrale rekenkamer en de Admiraliteiten. Als men bijvoorbeeld via deze lijsten te weten gekomen is, dat Jan van Welderen zitting had in de Staten-Generaal, kan men via het trefwoord ‘Traktaat’ de regesten opsporen over de vredesonderhandelingen en de Barrière-kwestie, waarbij Van Welderen betrokken was. Bij elk regest vindt men vervolgens het inventarisnummer van het boekdeel van de originele recessen en de paginanummers waaronder de betreffende recessen in dat boekdeel te vinden zijn. Daarnaast vindt U in elk deel van de regesten een minutieuze inleiding op de inrichting van het bestuur van Gelderland en de werkwijze van de Landdag, alsmede aanwijzingen voor het gebruik. In de komende jaren zal de serie regesten worden uitgebreid, te beginnen met 1581 en volgende jaren; dat wil zeggen met het moment waarop Gelderland zich losmaakte van de Spaanse koning, de Landdag het bestuur over het gewest in eigen hand nam, en de vergaderingen allengs de vaste organisatorische vorm kregen die ons inmiddels uit het werk van mr. Drost bekend is. Uiteindelijk zal deze serie alle Landdagsrecessen omvatten over de tijd der Republiek, vanaf 1581 tot en met het einde van de recessen in het jaar 1797. Dhr. Drost heeft met zijn regesten op de Landdagsrecessen een serie toegangen geschapen die vooralsnog uniek is in Nederland en die ons de weg opent tot een bijzonder rijke bron voor de Gelderse, de Nederlandse èn de Europese geschiedenis Ik beschouw het dan ook als een voorrecht deze serie in het voetspoor van dhr. Drost te mogen voortzetten, en ik zal trachten dat zoveel mogelijk in zijn geest te doen. Dank U wel.

Johan graaf van Welderen in de Gelderse Landdag: een impressie van zijn werkzaamheden op lokaal, regionaal, gewestelijk, nationaal en internationaal niveau, 1711 - 1724. Voordracht door P. Theeuwen ter gelegenheid van het symposium bij het afscheid van mr. J. Drost als bewerker en uitgever van de Gelderse Landdagsrecessen 1710 - 1780, op 22 april 2005