Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Kantelend de Waal in ?

Kantelend de Waal in of Nijmegen Banenstad ?

Werkgelegenheid en vrijwilligerswerkbeleid in Nijmegen en omgeving, 2012 - 2018 en verder:

een discussiestuk met kanttekeningen en voorstellen

1. InleidingDit discussiestuk is oorspronkelijk geschreven voor de voormalige Werkgroep Politiek van de Netwerkgroep45Plus Nijmegen: een Netwerkgroep van circa 200 werkzoekenden met een mbo-, hbo- of wo-opleiding van 45 jaar en ouder die elkaar via netwerkactiviteiten en werkgroepen stimuleren bij vinden en creëren van betaalde arbeid.Uitgangspunt van dit stuk is de definitie van vrijwilligerswerk zoals gebruikt in twee notities van de Gemeente Nijmegen, te weten Meekantelen. Vrijwilligerswerkbeleid in Nijmegen 2012-2016 (jaar van uitgave ontbreekt) en een kort vervolg daarop, de Uitvoeringsnotitie Vrijwilligerswerkbeleid 2016-2018 (Nijmegen, november 2015). Deze definitie luidt als volgt: "Werk dat onbetaald en onverplicht verricht wordt ten behoeve van anderen of van (de kwaliteit van) de samenleving in het algemeen, in enig georganiseerd verband".(1)In deze twee notities is, onder het motto 'Nijmegen Vrijwilligersstad', het 'meekantelen' van Nijmegen vastgelegd van een professionele collectieve sector en tal van banen in het bedrijfsleven naar een door een steeds groeiende hoeveelheid vrijwilligerswerk gekenmerkte 'participatiesamenleving', in overeenstemming met het huidige kabinetsbeleid. Wij vinden dit motto en dit 'meekantelen' allesbehalve vanzelfsprekend, indien het er toe leidt dat mensen bij gebrek aan (wegbezuinigde !) betaalde arbeid of genegeerde initiatieven voor betaald werk wel gedwongen zijn hun heil te zoeken in zogenaamd 'vrijwilligerswerk'. Voor je het weet rolt je kostbare werkgelegenheid al kantelend de Waal in ! Daarom stellen wij hier tegenover ons motto 'Nijmegen Banenstad'.2. De definitie van vrijwilligerswerk, Meekantelen en de Uitvoeringsnotitie: enige kritische kanttekeningenIn Meekantelen zelf vindt men meteen al enkele kritische kanttekeningen bij bovenstaande definitie: het helpen van de buurman doe je vrijwillig, maar is ongegorganiseerd; maatschappelijke stages of reïntegratie-activiteiten dragen een min of meer verplicht karakter; onkostenvergoedingen bij vrijwilligerswerk zijn een vorm van betaling; en de vrijwilliger werkt gedeeltelijk altijd uit eigenbelang: voor het onderhouden van sociale contacten, een goed gevoel of een interessanter cv.(2)----------1. Meekantelen, p. 5. Uitvoeringsnotitie, p. 5.2. Meekantelen, p. 5.p. 2Ondanks deze verschillen in de gebruikte definitie is deze voor vrijwilligerswerk over het algemeen goed bruikbaar, zeker in het kader van de ruime interpretatie die de Gemeente Nijmegen bereid is aan het begrip 'vrijwilligerswerk' te geven.(3) Deze ruime interpretatie wordt terecht gehanteerd en bespaart zowel de Gemeente Nijmegen als degenen die onder deze ruime interpretatie vallen aanzienlijke moeilijkheden in deze tijd van marktwerkingsdenken, bezuinigen en 'participatiesamenleving'. We moeten namelijk constateren dat het marktwerkings-, bezuinigings- en participatiebeleid waarmee Nijmegen vanuit politiek Den Haag wordt geconfronteerd, de oorzaak blijkt van een schemerzone, waarin veel vrijwilligerswerk allesbehalve vrijwillig wordt verricht, maar simpelweg bij gebrek aan beter; dat wil zeggen bij gebrek aan een vaste, redelijk betaalde baan. Het zijn in vele gevallen het Haagse, neoliberale marktwerkings-, bezuinigings- en participatiebeleid en de uitlopers daarvan bij provincies, regio's en gemeenten die er in toenemende mate voor zorgen dat betaalde arbeid wordt geschrapt en mogelijkheden tot betaalde arbeid over het hoofd worden gezien, en vervangen door vrijwilligerswerk. De beide notities geven, alle juiste en goede bedoelingen niet te na gesproken, de negatieve invloeden van dit beleid duidelijk weer.2 a. 'Maatschappelijke ontwikkelingen' in vrijwilligerswerk en betaalde arbeid: het Haagse, neoliberale beleid een maatschappelijk natuurverschijnsel ?"De samenleving verandert: mensen combineren werk met zorgtaken en vrije tijd", zo lezen we in de beide notities. Er treedt "vermaatschappelijking van de zorg" op, waarbij ouderen langer thuis wonen en mensen met een beperking gewoon zelfstandig in een woonwijk wonen. Daarom moet men van "begeleiding en dagbesteding naar het doen van vrijwilligerswerk" door het "afschalen van zwaardere zorg naar lichtere vormen van zorg". Voor bijstandsgerechtigden wordt aangestuurd op het leveren van een "tegenprestatie" en op "maatschappelijke participatie" via actieve doorverwijzing van bijstandsgerechtigden enerzijds en van werkgevers en gesubsidieerde instellingen anderzijds naar de Vrijwilligerscentrale. WW-ers moet "participatie" en "sociale activering" geboden worden, met vrijwilligerswerk als opstap naar betaald werk. "De klassieke taakverdeling tussen de professional en de vrijwilliger lijkt te verdwijnen", zo wordt gesteld, waarbij "professional" gedefinieerd wordt als "beroepskracht". In hoofdstuk 2 van Meekantelen spreekt men ten aanzien van dit alles over "trends" en "relevante maatschappelijke ontwikkelingen".Trends en ontwikkelingen: het gaat dus vanzelf, deze kanteling: het is een vanzelfsprekend, sociaal-economisch natuurverschijsel met een blijkbaar onontkoombare natuurlijke wetmatigheid. Of toch niet ? Opeens lezen we op p. 8 van de Uitvoeringsnotitie: "Wij willen deze kanteling ondersteunen en stimuleren", en op p. 7: "Om de kanteling vorm te geven is de inzet van vrijwilligers onontbeerlijk". Paragraaf 3.2 van Meekantelen is getiteld "Meegaan in de kanteling".(4) Blijkbaar is hier toch geen sprake van een natuurverschijnsel of andere onvermijdelijke ontwikkeling, maar van een bewust politiek-maatschappelijk scenario, waar je al of niet voor kunt kiezen en wat dus allesbehalve onvermijdelijk is. Reden genoeg om de toch wat misleidende terminologie over vanzelfsprekende 'maatschappelijke ontwikkelingen' naast ons neer te leggen en eens kritisch naar sommige effecten van de ongetwijfeld goedbedoelde kantelpolitiek te kijken.----------3. Meekantelen, p. 5. Uitvoeringsnotitie, p. 5.4. Meekantelen, pp. 8, 9, 13, 14. Uitvoeringsnotitie, pp. 4, 5, 7. p. 32 b. De grote kanteling: volontarisering van betaalde arbeid "Vrijwillige inzet ontwikkelt zich steeds meer in de richting van een noodzakelijke aanvulling op professionele dienstverlening en als alternatief voor vormen van begeleiding en dagbesteding", zo lezen we in Meekantelen. "Vrijwillige inzet is al lang niet meer het exclusief domein van vrijwilligersorganisaties maar wordt steeds meer integraal onderdeel van professionele organisaties." Waaraan men toevoegt te willen voldoen aan voorwaarden van de Vereniging Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk. Deze "randvoorwaarden voor vrijwilligerswerk", zoals genoemd op p. 23, houden het volgende in:1. het vrijwilligerswerk is ècht vrijwillig.2. de vrijwilliger werkt vanuit intrinsieke motivatie t.o.v. de organisatie of het project.3. de organisatie zorgt voor een goed vrijwilligersbeleid.4. de organisatie zorgt voor deskundigheidsbevordering.5. de organisatie zorgt voor een veilige omgeving en goede afspraken over de verantwoordelijkheden.6. de organisatie is een non profit-organisatie.7. een evenwichtige en duidelijke rolverdeling tussen beroepskrachten en vrijwiligers en onderling respect.8. de grenzen aan wat een vrijwilliger mag doen veranderen, maar verdienen elke keer weer discussie en heldere afspraken.Laten wij de uitvoering van het kantelbeleid eens kritisch toetsen aan bovengenoemde, in Meekantelen zelf gestelde randvoorwaarden. Daarbij stellen wij op de eerste plaats de vraag of vrijwillige inzet zich van nature "ontwikkelt" als "een noodzakelijke aanvulling op professionele dienstverlening", of dat beleidsmakers daar bewust op aan sturen ? Voor wie onze paragraaf 2 a gelezen heeft, is het antwoord duidelijk, ook al legt men in de beide notities hier en daar de nadruk op de punten 1 en 2 van de randvoorwaarden, echte vrijwilligheid en intrinsieke motivatie: "Burgers maken uiteindelijk zelf uit wat ze willen en waarom ze willen meedoen aan de samenleving." Waar vrijwilligers ingezet worden ter ondersteuning van mantelzorgers, stelt men dat mantelzorgers en vrijwilligers "actief verantwoordelijkheid voor een zorgzame samenleving" nemen.(5) Dit klinkt allemaal vrijwillig en gemotiveerd genoeg, maar betekent het dat aan randvoorwaarden 1 en 2 werkelijk wordt voldaan ? En wat te denken van randvoorwaarde 7, over een evenwichtige rolverdeling tussen professionals en vrijwilligers, met andere woorden: vindt er geen verdringing van betaalde arbeid door vrijwilligers plaats ?Een antwoord op die laatste twee vragen valt te distilleren uit de volgende citaten, waarbij men in de Uitvoeringsnotitie trouwens terecht voorop stelt dat verdringing uit den boze is: "Professionele arbeidsplaatsen van beroepskrachten worden niet ingevuld door vrijwilligers; er mag met andere woorden geen sprake zijn van verdringing. Vrijwilligerswerk is aanvullend op professionele arbeid, denk aan maatjesprojecten." Maar toch lezen we meteen daarop: "Door de afschaling van zwaardere vormen van zorg naar lichtere vormen en de inzet van informele ondersteuning, zal de inhoud van de professionele inzet wel veranderen; er zal een verschuiving plaatsvinden van zelf uitvoeren naar ondersteunen van vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en lotgenoten." Deze toekomstverwachting leidt in de beide notities tot de volgende conclusie, vanaf de pagina's 9 en 10 van Meekantelen aangestuurd door de bevindingen van het advies- en organisatiebureau Movisie: "Vrijwel alle vrijwilligers hebben----------5. Meekantelen, pp. 14, 15, 23.p. 4begeleiding nodig", zegt de Uitvoeringsnotitie. "Begeleiden van vrijwilligers wordt een expliciete competentie van professionals in welzijns- en zorginstellingen": "We onderkennen vraagverlegenheid en trachten deze te doorbreken" Onder "vraagverlegenheid" verstaat men dat "mensen schromen om hulp te vragen aan hun sociaal netwerk" en onder "handelingsverlegenheid" dat "mensen schromen om hun diensten aan te bieden", op basis van een onderzoek door Lilian Linders, en volgens Meekantelen voortvloeiend uit "het grote knelpunt van deze tijd", namelijk "dat je autonoom, zelfredzaam en zelfstandig mòet zijn". "De professionals van het sociaal wijkteam zijn erop gericht om actief de cliënt te matchen met personen uit het eigen sociaal netwerk."(6) Om dit "matchen" te realiseren en omdat er steeds meer verschuiving naar vrijwilligerswerk optreedt, in de zorg en in andere sectoren van de samenleving, stelt de Gemeente, of liever Movisie: "Professionals moeten worden toegerust voor het omgaan met en aansturen van vrijwilligers". Professionals in de sociale wijkteams worden geschoold in het toepassen van "Sociale Netwerk Strategieën" met behulp waarvan cliënten geleerd wordt meer beroep te doen op de ondersteuning door vrijwilligers. "Om de kanteling verder vorm te kunnen geven, willen we vanaf 2017 een extra impuls geven aan de informele inzet en investeren in: ontmoeten, deskundigheidsbevordering en extra ondersteuning en begeleiding" van deze vrijwilligers, waartoe men een "Business Case" gaat ontwikkelen voor de financiering. Die impuls wil men voorts als volgt aanpakken: "We gaan organisaties stimuleren om bestaande scholing voor betaalde beroepskrachten open te stellen voor vrijwilligers", mogelijk via de Nijmegenschool.(7) De tegenstellingen in deze citaten uit de beide, opeenvolgende notities zijn moeiteloos aan te tonen. Ten aanzien van de zorg erkent men blijkbaar "het grote knelpunt van deze tijd", namelijk "dat je autonoom, zelfredzaam en zelfstandig mòet zijn". Dat weerhoudt de opstellers van de twee documenten er echter niet van "de afschaling van zwaardere vormen van zorg naar lichtere vormen", met als gevolg een grotere inzet van vrijwilligers, als onveranderlijk gegeven aan te nemen. Men houdt er zodoende geen rekening mee dat duizenden zieken, bejaarden en gehandicapten eenvoudig niet zonder die "zwaardere vormen van zorg" kùnnen, en dus wel degelijk continu professionele hulp door betaalde krachten nodig zullen hebben, waarbij vrijwilligers weinig of niets kunnen uitrichten.Het laatste citaat, "...om bestaande scholing voor betaalde beroepskrachten open te stellen voor vrijwilligers", spreekt in dit verband boekdelen: ondanks het vooropgestelde verbod op verdringing en de gestelde randvoorwaarde 7 over een duidelijke rolverdeling tussen betaalde krachten en vrijwilligers, loopt deze "kanteling" wel degelijk uit op verdringing, wanneer vrijwilligers "scholing voor beroepskrachten" gaan ontvangen. Desalniettemin blijven zij vrijwilligers, die slechts gedeeltelijk hun tijd en inzet zullen kunnen schenken aan hun vrijwilligerswerk en nooit de professionaliteit van beroepskrachten zullen kunnen bereiken, zeker niet van de wat oudere, ervaren beroepskrachten. Vrijwilligers worden dan halfwas-professionals, de duidelijke rolverdeling gaat verloren, en halfbakken 'beroepsvrijwilligers' die professionele taken moeten uitvoeren en daarbij onvermijdelijk fouten maken, zullen in de ogen van de beroepskrachten - voor zover die nog overblijven ! - het vereiste respect uit randvoorwaarde 7 spoedig verliezen.----------6. Uitvoeringsnotitie, pp. 7, 9. Meekantelen, pp. 9, 10, 25, 27.7. Meekantelen, pp. 17, 24. Uitvoeringsnotitie, pp. 9, 10.p. 5Inderdaad: voor zover er nog beroepskrachten overblijven; en hiermee bedoelen wij beroepskrachten van de werkvloer, met daadwerkelijk handen aan het bed, aan het stuur, aan de boenmachine, aan de lesboeken of aan het historisch of archeologisch bronnenmateriaal, of in gesprek met hulpbehoevende cliënten. Professionals behoren immers als betaalde krachten professionele taken uit te voeren - als verzorgende aan het bed, als chauffeur, als schoonmaker of conciërge, als sociaal hulpverlener, als onderwijsassistent, als archiefonderzoeker, als archeoloog. Echter, wanneer professionals steeds sterker worden ingezet als aanstuurders van vrijwilligers, in plaats van het eigenlijke werk zelf te verrichten, verliezen zij onvermijdelijk inhoudelijke vakkennis en opgedane ervaring. Zij dreigen daardoor grotendeels te veranderen in de zoveelste bureaucratische managementlaag, waaraan bedrijven, instellingen en overheden al zo 'rijk' zijn. Bij het bovenstaande mag men zich ten aanzien van de randvoorwaarden 1 en 2 afvragen, hoe 'vrijwillig' vrijwilligerswerk nog is, als men wel mòet inspringen omdat er te weinig geld wordt geïnvesteerd in professionals, en of de intrinsieke motivatie in die situatie nog wel overeind blijft. Soortgelijke vragen aangaande vrijwilligheid, intrisieke motivatie, rolverdeling tussen beroepskrachten en vrijwilligers en mogelijke verdringing van betaalde arbeid kan men stellen ten aanzien van bepaald vrijwilligerswerk als reïntegratie-instrument. Zeker, wij onderschrijven van ganser harte de richtlijn uit Meekantelen inzake de tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden: "We voeren de tegenprestatie in Nijmegen primair in ter bevordering van de maatschappelijke participatie van bijstandsgerechtigden die zijn ontheven van de arbeidsplicht. Concreet betekent dit dat we de tegenprestatie in Nijmegen met name een stimulerend karakter willen geven en geen verplichtend karakter." De praktijk heeft intussen de juistheid bewezen van wat men in Meekantelen stelt ten aanzien van vrijwilligerswerk als opstapje naar betaalde arbeid: "Voor mensen die een sociale uitkering ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) of de Werkloosheidswet (WW), kan vrijwilligerswerk in het kader van een reïntegratietraject een opstap zijn naar betaald werk."(8) Toch koppelen wij hieraan ook de waarschuwing, dat vrijwilligerswerk als reïntegratie-instrument in sommige gevallen averechts kan werken en dat er veel vrijwilligerswerk wordt gedaan bij gebrek aan beter, dat wil zeggen bij gebrek aan een betaalde baan. Het is, geheel conform de Haagse neoliberale ideologie, die voorschrijft dat de overheid geen banen schept en financiert, juist de overheid die het als banenmotor in veel gevallen laat afweten. Dit speelt in sterke mate ten aanzien van oudere werkzoekenden, die veel vakkennis, ervaring en grote loyaliteit aan hun werkgever te bieden hebben. Concrete voorbeelden hiervan zijn legio beschikbaar:- De door en door ervaren verpleegkundige, ooit jarenlang afdelingshoofd op een chirurgieafdeling en docente verpleegkunde, die als herintreder graag gehoor wil geven aan de roep om 'meer handen aan het bed', maar door de zorgbureaucratie binnen de betreffende instelling hooghartig wordt afgewezen omdat haar ervaring 'niet meer van deze tijd' zou zijn; en nee, bijscholen mag en kan niet ! Voor haar blijft 'vrijwilligerswerk' de enige optie om iets met haar jarenlange ervaring en deskundigheid te doen. - De wegbezuinigde oudere medewerker, die als 'vrijwilliger' een bepaalde taak afrondt die recentelijk tot zijn betaald dagelijks werk behoorde.- De oudere, door de overheid wegbezuinigde medewerker die als 'vrijwilliger' een belangrijk wetenschappelijk onderzoeksproject draaiende houdt om te voorkomen dat het door verdere bezuinigingen platgelegd zal worden.- De portier en baliemedewerker met arbeidshandicap die jarenlang naar ieders tevredenheid zijn werk verricht, maar desondanks ontslagen wordt omdat hij bij een reorganisatie zogenaamd niet meer bij het nieuwe imago van de instelling past; die vervolgens de vrijwilligers moet inwerken die hem zullen gaan vervangen, en van die vrijwilligers zelfs de vraag krijgt of hij hen niet aan een vaste baan kan helpen: het zijn concrete voorbeelden uit Nijmegen en naaste omgeving.----------8. Meekantelen, pp. 11, 13.p. 6Het is opvallend dat het in zulke gevallen vrijwel steeds gaat om oudere professionals met een sterk arbeidsethos en verantwoordelijkheidsgevoel. In veel gevallen zijn het mensen met een vakkennis die bij de instellingen of bedrijven waar zij onlangs nog betaald werkten, helemaal niet gemist kan worden. Het komt zelfs voor dat deze 'vrijwilligers' jongere beroepskrachten, die zich door hun werkzaamheden binnen de uitdijende bureaucratische gelaagdheid van instellingen en bedrijven steeds minder op de werkvloer bewegen, op vakinhoudelijk vlak moeten bijpraten en aansturen.Leven Movisie en de Gemeente Nijmegen in de verwachting dat werkzoekenden, en met name oudere, ervaren en gemotiveerde werkzoekenden, in het kader van het 'meekantelen' met de zogenaamde 'participatiesamenleving' vanzelf wel als 'vrijwilligers' aan de slag gaan, ook al worden zij intussen door sommigen uit de neoliberale politieke hoek afgeschilderd als 'labbekakken', te lui om te werken ? Men zou het bijna denken, wanneer men leest op welke voorbeelden Movisie en mogelijk ook andere opstellers van Meekantelen zich graag beroepen:"In navolging van andere bedrijven en organisaties stimuleren wij onze werknemers tot het doen van vrijwilligerswerk", waarbij als lichtende voorbeelden Shell, ABN-Amro, KPMG en de sterk economisch gerichte Erasmus-universiteit Rotterdam worden genoemd: stuk voor stuk aanhangers van het marktwerkingsdenken en het privatiserings-, deregulerings- en bezuinigingsbeleid dat ons de 'zegeningen' van de credietcrisis van 2008 heeft gebracht, inclusief een grote werkloosheid. Tevens is men is gestart met een Zelfregiecentrum voor en door kwetsbare burgers waarbij men refereert aan de Brits-Amerikaanse Keyrings-projecten voor onderlinge zorg; maar wel met de aantekening dat "naar verwachting...het beroep op (AWBZ)-begeleiding hierdoor af" zal nemen (de AWBZ is overigens sinds 1 januari 2015 vervangen door de Wet Langdurige Zorg, WLZ).(9) Wie de veelal belabberde toestand van de sociale voorzieningen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten in ogenschouw neemt, kan goed begrijpen dat in die samenlevingen bij de daar heersende onwil om voldoende te investeren in betaalde banen op sociaal gebied, Keyrings-projecten van vrijwilligers maar al te hard nodig zijn !Merkwaardige voorbeelden ! Is het verlangen naar nieuwe bezuinigingen op de Wet Langdurige Zorg en op de in de zorg werkzame betaalde beroepskrachten hier de leidraad geweest voor het propageren van meer vrijwilligerswerk ? En is men alweer vergeten hoeveel miljarden belastinggeld zijn besteed om na 2008 ABN-Amro en de daar onder staatstoezicht 'verdiende' topsalarissen overeind te houden ? Miljarden die onder meer door het massaal wegbezuinigen van betaalde arbeidskrachten zijn verhaald op de collectieve sector ?Het bovenstaande in overweging nemend, concluderen wij dat het Netwerk45Plus, met zijn rijk arsenaal aan ervaringsdeskundigheid, evenals onze eigen Stichting Fenix een werkgelegenheids- en vrijwilligerswerkbeleid beter vorm kan geven dan een onderzoeksbureau als Movisie, zonder kritiekloos 'mee te kantelen' richting volontarisering van betaalde arbeid; dat wil zeggen zonder deskundige, betaalde arbeid te laten verdringen door (halfwas-) vrijwilligerswerk dat door een extra managementlaag bureaucratisch aangestuurd wordt. Hieronder daarom enkele alternatieven, waarover serieus onderhandeld dient te worden.----------9. Meekantelen, pp. 11-12, 26.p. 73. Alternatieven voor verdringing door 'meekantelen': Samen investeren in betaalde arbeid 3 a. WerkcorporatiesNijmegen telt circa 15.000 mensen in een uitkeringssituatie, van wie ongeveer 7000 in het gemeentelijke uitkeringsbestand. De stad besteedt 17 miljoen euro per jaar aan reïntegratiebudget, en van 2011 tot en met 2014 is jaarlijks € 200.000,- ter beschikking gesteld aan ondernemers voor tijdelijke 'Social Return'-werkplekken. Van de structureel bestede 17 miljoen per jaar is volstrekt onduidelijk of deze investering effect sorteert of niet.(10) Tegelijkertijd is er in onze regio door meer dan 35 jaren Haagse bezuinigingspolitiek een aanzienlijk reservoir vol verborgen werkgelegenheid ontstaan: werk op allerlei niveau's en voor mensen met de meest uiteenlopende opleidingen en achtergronden, dat ten gevolge van de bezuinigingspolitiek niet meer wordt uitgevoerd, of dat via de bovenstaande kantelmanoeuvre in de toekomst niet langer door betaalde beroepskrachten dreigt te worden uitgevoerd, maar door groepen vrijwilligers, in vele opzichten onvoldoende onderlegd en ervaren, aangestuurd door daartoe opgetuigde en kostbare bureaucratische bestuurslagen.Reeds in 1994 heeft prof. dr. P. van Schilfgaarde, werkzaam bij de sectie planologische en juridische geodesie van de Technische Universiteit Delft, gepleit voor de oprichting van zogeheten werkcorporaties: organen die werkzoekenden voor € 15,- per uur hun diensten laten aanbieden in de collectieve sector, waarbij het verschil tussen bruto- en netto-loon wordt bijbetaald vanuit het uitkeringsbudget. Als werkterreinen noemt Van Schilfgaarde onder meer het openbaar vervoer, de thuiszorg en ouderenzorg, het beheer van de openbare ruimten en onderwijs en wetenschap.(11) Een Nijmeegs particulier initiatief vanuit een soortgelijke gedachtengang is de Stichting Fenix, opgericht door Aafje Groustra en Peet Theeuwen, die werkzoekende academici in de Letteren ondersteunt en initiatieven voor werkgelegenheid in de humaniora ontwikkelt. Een initiatief op bedrijfsmatige basis is De Stadsboom, opgericht door Jarno en Lonneke Wilbers, die in hun eigen leer/werk-bedrijf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt opleidenin het houtbewerkings- en meubelmakersvak. Initiatieven als deze zijn zeer geschikt om als werkcorporaties op hun respectieve vakgebieden te worden ingezet, en naar hun voorbeeld kunnen werkcorporaties voor andere beroepsgroepen worden gevormd.----------10. Zie de motie Experimenteer met Vertrouwen (Nijmegen 2015) van Lisa Westerveld en April Ranshuijsen (GroenLinks) en Maarten Sweep (SP) voor de Nijmeegse gemeenteraad, en het debatstuk voor de Nijmeegse gemeenteraad van dezelfden: Als je doet wat je deed krijg je wat je kreeg (Nijmegen 2016).11. Zie P. van Schilfgaarde, De Werkcorporatie maakt werk weer betaalbaar (Assen 1994).p. 8Via zulke werkcorporaties zou men de bestaande bijstandsuitkeringen met bijvoorbeeld € 900,- per maand kunnen verhogen in ruil voor het verrichten van werk dat momenteel door vrijwilligers wordt verricht en / of binnen het spectrum van de verborgen werkgelegenheid te vinden is. Met een uitgave hiervoor uit het structurele reïntegratiebudget van bijvoorbeeld€ 16.200.000,- per jaar zou men 1500 vaste banen kunnen realiseren, en daarbij jaarlijks nog € 800.000,- reïntegratiebudget over houden ter ondersteuning van uitkeringsgerechtigden die buiten deze 1500 banen vallen. Maar ook voor hen zijn via dit systeem oplossingen mogelijk, mede gebaseerd op onderlinge solidariteit, te regelen via de werkcorporaties. Met een bruto inkomen van ruim € 1900,- per maand, en derhalve van € 1300,- à € 1400,- netto per maand, zou de Gemeente jaarlijks een 'solidariteitsheffing' van € 250,- mogen vragen van de 1500 gelukkigen die inmiddels een baan gekregen hebben. Wij weten dat medewerkers van bijvoorbeeld Stichting Fenix tot het betalen van zo'n heffing bereid zouden zijn. De wijze van heffen bevordert bovendien de solidariteit, het gevoel dat de werknemers met elkaar voor elkaars werkgelegenheid zorgen. Dit zou jaarlijks structureel € 375.000,- opleveren; een bedrag dat in combinatie met een deel van het jaarlijks overgebleven reïntegratiebudget van € 800.000,- samengevoegd zou kunnen worden in een overkoepelend gemeentelijk corporatiefonds, waaruit de werkcorporaties al naar behoefte geld zouden kunnen krijgen om het aantal banen langzaam maar zeker uit te breiden. Deze solidariteitsheffing groeit langzamerhand boven de € 375.000,- doordat het aantal banen wordt uitgebreid.Ook zouden nog andere geldmiddelen aangetrokken kunnen worden, zowel ten behoeve van het corporatiefonds zelf als voor de uitvoeringskosten van de werkcorporaties:1.Bedrijven en instellingen die gebruik maken van de diensten van werknemers uit de werkcorporaties, zouden jaarlijks per werknemer een vergoeding moeten betalen aan de betreffende werkcorporatie, die dan in het algemene fonds gestort kan worden. Ditzou met een groeiend aantal van 1500 banen en een vergoeding van slechts € 250,- perwerknemer per jaar ook al weer structureel € 375.000,- opleveren, en later nog meernaarmate het aantal arbeidsplaatsen toeneemt. Deze € 375.000,- kunnen, voor zovernodig, deels worden ingezet voor de uitvoeringskosten, deels worden opgenomen inhet corporatiefonds.2.Een gedeelte van de werkzaamheden, zoals de werkplaats en winkel van De Stadsboom en de plannen van Stichting Fenix voor educatieve activiteiten, zouplaatsvinden op commerciële basis, waarbij de opbrengsten ten goede zouden kunnenkomen aan de interne uitvoeringsbudgeten van de betreffende werkcorporaties.3.De werkcorporaties kunnen, onder meer voor wat betreft hun interne budget, tevensgebruik maken van mogelijkheden tot sponsoring en crowdfunding. Op kleine schaalgebeurt dit al bij De Stadsboom en bij Stichting Fenix.4.Ten behoeve van de uitvoeringskosten, of misschien zelfs van het overkoepelende corporatiefonds, zou de Gemeente tevens geld kunnen gebruiken dat momenteel wordtbesteed aan externe advies- en organisatiebureau's zoals Movisie en aanverwante bedrijven, waarvan het de vraag is of hun rapporten en activiteiten resulteren in concrete werkgelegenheid.5.Ten gevolge van de mogelijkheden 1 tm. 4 en het feit dat de werkcorporatiesbestuurd worden door de betrokken werknemers zelf, kunnen de uivoeringskostenvanwege de Gemeente zeer laag gehouden worden. Een belangrijk voordeel vormt hetgegeven dat het bestuur berust bij de direct betrokken en vakinhoudelijk onderlegdedeskundigen. Op financieel en fiscaal gebied zijn die gedeeltelijk al te vinden in deeigen kringen van werkzoekenden, bijvoorbeeld in de Netwerkgroep45Plus.p. 9Om te onderzoeken of bovenstaande plannen of aanverwante ideeën uitgevoerd kunnen worden, zou het dienstig zijn bij overleg met de Gemeente en het Werkbedrijf zowel potentiële externe werkgevers te betrekken als ook enkele cliëntvertegenwoordigers van het Werkbedrijf en vertegenwoordigers namens de Netwerkgroep45Plus, De Stadsboom, Stichting Fenix en mogelijk nog andere organisaties die als werkcorporaties voor bepaalde beroepsgroepen of bedrijfstakken in aanmerking zouden kunnen komen.Tevens zou er een lijst opgesteld moeten worden van werkzaamheden in onze regio die in aanmerking komen voor uitvoering binnen de op te richten werkcorporaties. Hieronder laten wij een voorlopige opgave volgen, een 'Banenlijst' die aantoont dat veel vrijwilligerswerk in vaste, betaalde arbeid om te zetten valt en dat er nog verborgen werkgelegenheid in overvloed bestaat, mits overheid en burgers tezamen en solidair met elkaar in betaalde arbeid willen investeren.3 b. Experimenteer met VertrouwenEen belangrijke aanzet tot een structurele verandering in de benadering van werkzoekenden en tot een geheel nieuw werkgelegenheidsbeleid en een nieuwe welvaartsverdeling ligt besloten in de motie Experimenteer met Vertrouwen, opgesteld door April Ranshuijsen en Lisa Westerveld (GroenLinks) en na amendering door Maarten Sweep (SP) op 25 november 2015 door de Gemeenteraad aanvaard. Deze voorstellen voorzien in een experiment waarbij een aantal werkzoekenden met een bijstandsuitkering, met een arbeidsbeperking of werkzaam als zzp'er met een wisselend en ontoereikend inkomen enkele jaren aan het werk mogen gaan met behoud van uitkering plus een financiële aanvulling daarop. Het experiment zou moeten resulteren in een uitkerings- en werkgelegenheidsbeleid met groter vertrouwen in de welwillendheid en het eigen initiatief van werkzoekenden en het financieren van concrete banen in plaats van de huidige, torenhoge uitvoeringskosten. Die uitvoeringskosten belopen momenteel jaarlijks 18,5 miljoen euro op de circa 15.000 werkzoekenden in de regio Nijmegen en op een totaalbudget Inkomen en Armoedebestrijding van 145,6 miljoen euro.(12) In afwachting van de uitvoering van dit voortreffelijke experiment zou tezamen met de initiatiefnemers bekeken kunnen worden of het idee van het inzetten van werkzoekenden via door henzelf bestuurde werkcorporaties met de resultaten van Experimenteer met Vertrouwente combineren is. Dit zou vooral dienstig kunnen zijn indien het experiment positieve resultaten oplevert en vervolgens grote groepen werkzoekenden betaald aan het werk zouden kunnen gaan.Wij hopen met de voorstellen onder 3a en 3b, en niet op de laatste plaats met de hieronder geplaatste Banenlijst, een stimulerende bijdrage te leveren aan een beter werkgelegenheidsbeleid èn een beter vrijwilligerswerkbeleid in Nijmegen en omgeving. Daarbij houden wij ons aanbevolen voor verdere relevante uitbreidingen van de Banenlijst. Weet U nog mogelijkheden tot betaalde arbeid die onontdekt blijven liggen, wegbezuinigd zijn of vervangen door vrijwilligerswerk ? Laat het ons weten, zodat we die mogelijkheden in de Banenlijst kunnen opnemen.----------12. Zie de motie Experimenteer met Vertrouwen (Nijmegen 2015). P. Theeuwen, november 2016 / november 2018p. 10 4. Banenlijst Verborgen WerkgelegenheidA. niet - academische functies1. Receptionist Kindcampus Grootstal, Nijmegen; uitgeoefend door P. Verbeet; in 2013 wegbezuinigd en door vrijwilligers vervangen; fulltime baan.B. academische functies1. Verwerking archeologische vondsten, Bureau Archeologie Gemeente Nijmegen; deels vrijwilligerswerk, deels professioneel; professionele, betaalde parttime ondersteuning van vrijwilligers door archeoloog in de avonduren nodig; eventueel via Stichting Fenix.2. Noodplan opslag + verwerking archeologische objecten; Bureau Archeologie Gemeente Nijmegen; archeoloog, fulltime baan; eventueel via Stichting Fenix.3. Project Landdagsrecessen, Ambtenaren en Ambtsdragers 1538-1872, Gelders Archief (Arnhem); afhankelijk van een meer of minder uitgebreide versie vier, zes of acht historici, fulltime; bij voorkeur twee, drie of vier Duitse en twee, drie of vier Nederlandse medewerkers; via Stichting Fenix i.s.m. het Gelders Archief, de Radboud Universiteit Nijmegen, de Gemeente Nijmegen en de Euregio's Rijn-Waal en Rijn-Maas Noord.4. Leerstoel Geschiedenis van de pers, propaganda en openbare mening; bij voorkeur als samenwerkingsverband tussen de Faculteiten der Letteren (Afdeling Geschiedenis) en Sociale Wetenschappen (Afdeling Communicatiewetenschap) van de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen; een hoogleraar en een of twee medewerkers, fulltime of parttime; leerstoel, eerste aanzet te Nijmegen, later gevestigd te Amsterdam, in 2011 wegbezuinigd; vakgebied geheel uit Nederland verdwenen; via Stichting Fenix.