Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Proeve van een academisch arbeidsmodel

p. 1InleidingToen in 1989 de Berlijnse Muur viel, was men in het Westen in euforie; en heeft men tevens als het ware een soort sovjetsysteem hier ingevoerd: een vierjarendwang voor afstuderen, promoveren en vervolgonderzoek, passend in het neoliberale politiek-economische klimaat, even demotiverend en kwalitatief contraproduktief als de planeconomie met vijfjarenplannen in wijlen de Sovjet-Unie.Resultaat: - diepgang en brede vorming van studenten in hun vakgebied wordt gereduceerd, vakinhoudelijke en maatschappelijke vorming wordt steeds meer opgeofferd aan het zo snel en goedkoop mogelijk opleiden van trainees voor bedrijfsleven en overheidsdiensten; - langlopend, fundamenteel onderzoek wordt ingeruild voor lucratief korte termijn- onderzoek; - onderzoek dat het geweten, geheugen en kritisch denkvermogen van de samenleving vormt, of technologie voor de lange termijn, wordt vervangen door bedrijfsafhankelijke research & development, ofwel WC-Eend-onderzoek. - vaste, behoorlijk betaalde docenten- en onderzoeksbanen worden vervangen door het stapelen van tijdelijke contracten: een wetenschappelijke of leraarscarrière wordt misvormd tot een dead end-job.Tegen deze ontwikkelingen dient men, ons inziens, een tweesporenbeleid te volgen: (1) op de lange termijn; (2) op de korte termijn.1. Het beleid op de lange termijn Via het verkiezingsprogramma van de SP voor 15 maart 2017, acties van het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten en andere acties toewerken naar een universitair bestel met de volgende kenmerken: a. Een democratische universiteit, zonder externe, niet uit het onderwijs of onderzoek van de instelling afkomstige bestuurders; en met een via algemene verkiezingen gekozen medezeggenschapsraad die op zijn beurt binnen de instelling geschikte bestuurders kiest, die aan de medezeggenschapsraad verantwoording schuldig zijn en door deze raad kunnen worden afgezet. Bestuurders dienen persoonlijk actief te zijn in het onderwijs en / of fundamenteel onderzoek: leidinggevenden moeten zelf met beide benen op de werkvloer staan.b. Geen topsalarissen meer in het universitaire management, maar normale academische salarissen voor bestuurders, overeenkomstig die van docenten en onderzoekers.c. Tenminste 60 % van het onderzoek dient langlopend, fundamenteel onderzoek te zijn, met een looptijd van zes, acht of twaalf jaar, met eventuele verlenging.p. 2d. Onderzoek ten behoeve van het bedrijfsleven dient te worden ondergebracht in een afzonderlijk onderzoeksfonds, zonder dat er een directe band tussen opdrachtgever en onderzoeker bestaat en zonder beïnvloeding van onderzoeksgegevens door de opdrachtgever.e. In 1988 heeft men de letter 'Z' van Z(uiver) W(etenschappelijk) O(nderzoek) binnen de gelijknamige organisatie onder neoliberale invloed heel handig een kwartslag gekanteld tot een 'N'(ederlands). De organisatie voldoet sindsdien steeds minder aan zijn taak tot financiering van fundamenteel onderzoek en dient geleidelijk te worden opgeheven. Personeel werkt door tot de pensionering maar wordt niet meer vervangen. Circa honderd van de 700 medewerkers stappen over naar het op te richten fonds tot regulering van commercieel en ander contractonderzoek. Het door de opheffing vrijkomende budget wordt geïnvesteerd in studiebeurzen, onderwijs en fundamenteel onderzoek.f. Onderwijs en onderzoek worden rechtstreeks gefinancierd uit de eerste geldstroom, al naar gelang de bedragen die een universiteit of andere wetenschappelijke instelling nodig heeft; geen outputfinanciering (= uitputfinanciering !) meer.g. Het nutteloze, geld en tijd verslindende visitatiestelsel (kosten: 1 à 2 miljoen per jaar) wordt afgeschaft, evenals alle andere controles en beoordelingen volgens extrinsieke, niet- vakinhoudelijke criteria. Beoordeling van publicaties en studieresultaten mag uitsluitend plaatsvinden volgens intrinsieke, vakinhoudelijk relevante criteria, gehanteerd door ervaren vakgenoten.h. Een onderwijsbestel waarin de gratis studiebeurs terugkeert; of tenminste voor 75 % gratis en voor 25 % als renteloze lening, waarvan de terugbetaling inkomensafhankelijk is; dus geen financiële stress voor studenten meer. i. De ooit wegens neoliberale bezuinigingen opgelegde vierjarige studieduur dient te worden verlengd met twee jaren extra studietijd voor nadere verdieping, met extra stages en betere voorbereiding op het lerarenvak, overgaand in een betaalde onderwijsbaan; of met extra onderzoekstijd in voorbereiding op een promotieonderzoek. Onder bijzondere omstandigheden, te weten het volgen van een tweede studie, bijzonder goed, publicabel scriptie-onderzoek, bijzondere stages, bijvoorbeeld in het buitenland, of dringende persoonlijke omstandigheden, mag daar bovenop een uitloop van twee jaar volgen, of zoveel langer dan twee jaar als de betrokken docenten nodig of dienstig zullen oordelen. j. Banen als leraar in het middelbaar onderwijs, universitair of hbo-docent of onderzoeker dienen voor tenminste 85 % vaste banen te zijn, die de mogelijkheid bieden tot het ontwikkelen van eigen onderwijsmethoden of onderzoekslijnen.k. Inkrimping van de universitaire onderzoeks-, promotie- of studieduur tot minder dan zes jaren om niet-vakinhoudelijke maar politieke of politiek-economische redenen belemmert een vrije, fundamenteel-wetenschappelijke vorming van studenten en het uitvoeren en publiceren van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Daarom wordt deze inkrimping aangemerkt als strijdig met de artikelen 7.1 en 7.3 van de Nederlandse Grondwet, en als zodanig bij de wet verboden. l. Beperking van het budget voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek tot minder dan 60 % van het totale onderzoeksbudget om niet-vakinhoudelijke maar politieke of politiek-economische redenen belemmert het uitvoeren en publiceren van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Daarom wordt deze beperking aangemerkt als strijdig met de artikelen 7.1 en 7.3 van de Nederlandse Grondwet, en als zodanig bij de wet verboden.p. 3m. Universitaire gebouwen vallen voortaan weer onder de Rijksgebouwendienst. Geen peperdure nieuwbouw meer om prestigeredenen en geen universitaire avonturen in de commerciële vastgoedsector of in riskante beleggingen.n. Inkrimping van de bureaucratische- en managementlagen; geen concurrentiestrijd tussen universiteiten via kostbare interne of externe p.r.-organisaties. In plaats daarvan bescheiden maar voldoende bemenste en gefinancierde alumni-, personeels- en p.r.-afdelingen als onderdeel van de gewone universitaire administratie. Een goede website plus een eenvoudig maar ongecensureerd universiteitsblad op krantepapier in plaats van dure en door het universiteitsbestuur gecensureerde glossy magazines.o. Een stop op het inhuren van peperdure externe consultancy- en designbureau's.p. Een stop op de voortdurende, geldverslindende reorganisaties, verhuizingen van afdelingen, veranderingen van 'huisstijl' en andere overbodige uitgaven, die niets met de kwaliteit van onderwijs of onderzoek te maken hebben.q. Als extra financiering: extra, aanvullende bijdragen van derden, bijvoorbeeld de bijdragen via stichtingen en overheden, zoals opgenomen onder punt 2.r. Behoud van het Nederlands als wetenschappelijke en cultuurtaal; geen 'verengelsing' van onderwijs en onderzoek en geen modieus, commercialistisch managementjargon in vakgebieden waar dat niet thuis hoort.s. Behoud van de universiteisbibliotheek en van andere wetenschappelijke bibliotheken, zoals de provinciale bibliotheken en goede handbibliotheken in laboratoria en bij archiefinstellingen, bereikbaar in dagelijks opengestelde studiezalen; geen vernietiging van boeken meer; een stop op het steeds ontoegankelijker worden van fysieke collecties door sluiting van studiezalen en de ontwikkeling van ingewikkelde, gebruiksonvriendelijke aanvraagsystemen. Vernietiging van boeken en documenten omdat ze worden gedigitaliseerd is uiterst gevaarlijk, omdat het onze wetenschappelijke kennis in de handen legt van een klein aantal wereldwijd opererende internetfirma's die niet geïnteresseerd zijn in de inhoud maar alleen in de winst die met deze digitalisering direct of indirect te maken is: geen winst meer, dan de stekker eruit, letterlijk en figuurlijk ! Daar staat tegenover dat het papieren boek of document als fysiek object een eigen cultuurhistorische en economische waarde bezit. Het werken en leren werken met fysieke boeken en documenten in fysieke wetenschappelijke bibliotheken en collecties vraagt tijd en kennis van zaken en kost dus geld; maar het levert ook werkgelegenheid op, leert mensen kritische vaardigheden aan die in wetenschap en samenleving nodig zijn, maakt mensen nieuwsgierig naar wetenschappelijke kennis en leidt tot nieuwe inzichten, juist omdat men vaak meer vindt dan men aanvankelijk zoekt. Het internet is technisch kwetsbaar, wordt gerund door bedrijven waarvan er vele niet wetenschappelijk objectief zijn en is altijd te hacken, te censureren, te manipuleren. Een e-boek of e-document kan onvolledig of gemanipuleerd zijn en alleen de fysieke, papieren versie kan daarom als absoluut wetenschappelijk of juridisch bewijs gelden; en verifieerbaarheid is de kern van elke wetenschap. Meervoudig raadpleegbare kennis, digitaal èn in fysieke boek- of documentvorm en dus altijd verifieerbaar, ook bij inbreuken op het technisch kwetsbare en manipuleerbare internet, hoort als weerslag en bron van onze beschaving in onze samenleving en onze democratie thuis; mèt daarbij de vakspecialisten die de inhoud van die kennis naar de samenleving toe kunnen vertalen. Een samenleving die zijn boeken weggooit, gooit ook zijn mensen weg; ten aanzien van de Letteren gebeurt dit reeds. 2. Het beleid op de korte termijnIn afwachting van en werkend aan dit betere bestel, moet men van onderop een nieuwe impuls geven aan stopgezet en wegbezuinigd onderzoek, en aan kaalbezuinigde enbedreigde studies en onderzoeksvelden zoals de Kleine Letteren / Kleine Talen enFundamentele Wiskunde. Belangrijk hierbij is het werkgelegenheidsaspect. Door deaanhoudende bezuinigingen van de afgelopen vijfendertig jaren is veel onderwijs enonderzoek geheel of gedeeltelijk verdwenen en komen vele bekwame en gedrevenwetenschappers en docenten niet meer of hoogstens nog tijdelijk aan de slag. Zullende noodzakelijke hervormingen onder punt 1 veel tijd vergen, intussen is voor hetbeschermen van nog bestaand, fundamenteel gericht onderzoek en onderwijs eenaanpak op de kortere termijn nodig.Dit beleid op de korte termijn zou kunnen functioneren via zogeheten werkcorporaties. Reeds in 1994 heeft prof. dr. P. van Schilfgaarde, werkzaam bij de sectie planologische en juridische geodesie van de Technische Universiteit Delft, gepleit voor de oprichting van zogeheten werkcorporaties: organen die werkzoekenden voor € 15,- per uur hun diensten laten aanbieden in de collectieve sector, waarbij het verschil tussen bruto- en netto-loon wordt bijbetaald vanuit uitkeringsbudgetten. Als werkterreinen noemt Van Schilfgaarde onder meer het openbaar vervoer, de thuiszorg en ouderenzorg, het beheer van de openbare ruimten en onderwijs en wetenschap.(1) Een Nijmeegs particulier initiatief vanuit een soortgelijke gedachtengang is de Stichting Fenix, opgericht door twee historici, Aafje Groustra en Peet Theeuwen, die werkzoekende academici in de Letteren ondersteunt en initiatieven voor werkgelegenheid in de humaniora ontwikkelt. Met Stichting Fenix bestaat er in feite dus al zo'n werkcorporatie, zij het op kleine schaal: met zes deelnemers en een vijftal kleine sponsors. Verschil met Van Schilfgaardes plan: zijn werkcorporaties zouden gestart moeten worden door de overheid, maar als de overheid er niet mee begint, beginnen wij zelf. Wij stellen voor academische arbeid in Nijmegen in vijf van die corporaties onder te brengen, één per vakgebied:Werkcorporaties:1. Stichting Fenix 2. Wiskunde, 3. Sociale 4. Medische 5. Rechts- (Letteren, Natuurwetensch., Wetensch. Wetensch. Wetensch. Filosofie, ICT Theologie / Religiewetensch.)Deze vijf moeten een toegevoegde waarde voor de universiteit of voor andere educatieve of wetenschappelijke organisaties hebben: ze verrichten onderzoek en kunnen onderwijs opzetten of herinvoeren dat nu blijft liggen; ze kunnen kennisgebieden in stand houden die door marktwerking en bezuinigingen dreigen te verdwijnen; en ze kunnen plaats bieden aan docenten en onderzoekers die de afgelopen jaren zijn wegbezuinigd, en aan afgestudeerden of gepromoveerden die graag als docent of onderzoeker verder willen, maar die onder de huidige politiek nergens terecht kunnen of tot nog toe afhankelijk zijn van onzekere flexbaantjes. De zeggenschap over de te ondernemen onderzoeksprojecten en onderwijsprogramma's en over de vakinhoud in het algemeen dient te berusten bij de medewerkers zelf: de vakmensen die binnen de kaders van de werkcorporaties aan de slag gaan. Hun werk moet als fundamentele kennis ten goede komen aan de samenleving in het algemeen, dat wil zeggen aan de studenten, collega-onderzoekers en -docenten, scholen, onderzoeksinstituten, musea en archiefinstellingen en aan alle belangstellenden die zich in de betreffende wetenschappen willen verdiepen, hetzij als amateurs, hetzij als professionals. Door alle bezuinigingen is er een fors reservoir vol verborgen werkgelegenheid ontstaan. Die verborgen werkgelegenheid, bestaande uit wegbezuinigde onderwijstrajecten, studierichtingen en onderzoeksprojecten, uit groeiende werkdruk en uit voortdurend oplopende werkachterstanden, kan via bovenstaande voorstellen aangepakt worden.----------1. Zie P. van Schilfgaarde, De Werkcorporatie maakt werk weer betaalbaar (Assen 1994).p. 4Dit financieren we als volgt:We gaan in overleg met de politiek en kijken, in dit geval voor Nijmegen, naar het aantal afgestudeerde of gepromoveerde vakmensen die momenteel geen betaalde baan hebben maar die heel gemotiveerd in hun eigen vak door willen, als leraar middelbaar onderwijs, onderzoeker, promovenda/dus, universitair of hbo-docent, etc. Vervolgens kijken we naar de bestaande uitkerings- en reïntegratiebudgetten. Nijmegen telt circa 15.000 mensen in een uitkeringssituatie, van wie ongeveer 7000 in het gemeentelijke uitkeringsbestand. Het gemeentelijke reïntegratiebudget bedraagt ruim 17 miljoen per jaar, en niemand weet of het wel effect sorteert.(2) Via de werkcorporaties, waarvan dus vijf op academisch vlak, zou men de bestaande bijstandsuitkeringen voor onder andere werkzoekende docenten en onderzoekers met bijvoorbeeld € 900,- per maand kunnen verhogen in ruil voor het verrichten van werk dat binnen het spectrum van de verborgen werkgelegenheid te vinden is. Met een uitgave hiervoor uit het structurele reïntegratiebudget van bijvoorbeeld € 16.200.000,- per jaar zou men 1500 vaste banen kunnen realiseren, en daarbij jaarlijks nog € 800.000,- reïntegratiebudget over houden ter ondersteuning van uitkeringsgerechtigden die buiten deze 1500 banen vallen. In een universiteits- en hbo-stad als Nijmegen zou het gerechtvaardigd zijn indien men 200 à 250 van deze nieuwe banen zou toewijzen aan leraren, promovendi, universitaire- en hbo-docenten, en wetenschappelijk onderzoekers aan de universiteit, maar ook bij lokale en regionale archeologische diensten, musea en archiefinstellingen.Ook voor hen die buiten de 1500 nieuwe banen vallen, zijn via dit systeem oplossingen mogelijk, mede gebaseerd op onderlinge solidariteit, te regelen via de werkcorporaties. Met een bruto inkomen van ruim € 1800,- per maand, en derhalve van € 1300,- à € 1400,- netto per maand, zou de Gemeente jaarlijks een 'solidariteitsheffing' van € 250,- mogen vragen van de 1500 gelukkigen die inmiddels een baan gekregen hebben. Wij weten dat medewerkers van bijvoorbeeld Stichting Fenix tot het betalen van zo'n heffing bereid zouden zijn. De wijze van heffen bevordert bovendien de solidariteit, het gevoel dat de medewerkers met elkaar voor elkaars werkgelegenheid zorgen. Dit zou jaarlijks structureel € 375.000,- opleveren; een bedrag dat in combinatie met een deel van het jaarlijks overgebleven reïntegratiebudget van € 800.000,- samengevoegd zou kunnen worden in een overkoepelend gemeentelijk corporatiefonds, waaruit de werkcorporaties al naar behoefte geld zouden kunnen krijgen om het aantal banen langzaam maar zeker uit te breiden. Deze solidariteitsheffing groeit langzamerhand boven de € 375.000,- doordat het aantal banen wordt uitgebreid. In ruil voor deze solidariteitsheffing krijgen de medewerkers binnen elke werkcorporatie, tezamen met een uit hun midden benoemd bestuur, medezeggenschap over de uitbreiding van hun werkcorporatie, de te verrichten werkzaamheden en de daartoe strekkende budgetaanvragen uit het overkoepelende corporatiefonds.----------2. Zie de motie Experimenteer met Vertrouwen (Nijmegen 2015) van Lisa Westerveld en April Ranshuijsen (GroenLinks) en Maarten Sweep (SP) voor de Nijmeegse gemeenteraad, en het debatstuk voor de Nijmeegse gemeenteraad van dezelfden: Als je doet wat je deed krijg je wat je kreeg (Nijmegen 2016).p. 5Ook zouden nog andere geldmiddelen aangetrokken kunnen worden, zowel ten behoeve van het corporatiefonds zelf als voor de uitvoeringskosten van de werkcorporaties:1.Bedrijven en instellingen die gebruik maken van de diensten van medewerkers uit dewerkcorporaties, zouden jaarlijks per medewerker een vergoeding moeten betalen aan de betreffende werkcorporatie, die dan in het algemene fonds gestort kan worden. Dit zou met een groeiend aantal van 1500 banen en een vergoeding van slechts € 250,- per medewerker per jaar ook al weer structureel € 375.000,- opleveren, en later nog meer naarmate het aantal arbeidsplaatsen toeneemt. Deze € 375.000,- kunnen, voor zover nodig, deels worden ingezet voor de uitvoeringskosten, deels worden opgenomen in het corporatiefonds.2.Een gedeelte van de werkzaamheden zou, op kleinschalig niveau, mogen plaats vinden op commerciële basis, waarbij de opbrengsten ten goede zouden kunnen komen aan de interne uitvoeringsbudgeten van de betreffende werkcorporaties. Dat zou kunnen gelden voor eventuele plannen van Stichting Fenix voor niet-universitaire educatieve activiteiten; maar ook voor de werkplaats en winkel van een niet-academisch initiatief op bedrijfsmatige basis dat prima geschikt zou zijn als werkcorporatie: De Stadsboom, opgericht door Jarno en Lonneke Wilbers, die in hun eigen leer/werk-bedrijf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt opleiden in hethoutbewerkings- en meubelmakersvak. Initiatieven als deze zijn zeer geschikt om als werkcorporaties op hun respectieve vakgebieden te worden ingezet, en naar hun voorbeeld kunnen dan weer werkcorporaties voor andere beroepsgroepen worden gevormd.3.De werkcorporaties kunnen, onder meer voor wat betreft hun interne budget, tevens gebruik maken van mogelijkheden tot sponsoring en crowdfunding. Op kleine schaal gebeurt dit al bij De Stadsboom en bij Stichting Fenix.4.Ten behoeve van de uitvoeringskosten, of misschien zelfs van het overkoepelendecorporatiefonds, zou de Gemeente tevens geld kunnen gebruiken dat momenteel wordt besteed aan externe advies- en organisatiebureau's en aanverwante bedrijven, waarvan het de vraag is of hun rapporten en activiteiten resulteren in concrete werkgelegenheid.5.Ten gevolge van de mogelijkheden 1 tm. 4 en het feit dat de werkcorporaties bestuurd worden door de betrokken medewerkers zelf, kunnen de uitvoeringskosten vanwege de Gemeente zeer laag gehouden worden. Een belangrijk voordeel vormt het gegeven dat het bestuur berust bij de direct betrokken en vakinhoudelijk onderlegde deskundigen. Op financieel en fiscaal gebied zijn die gedeeltelijk al te vinden in de eigen kringen van werkzoekenden, bijvoorbeeld in de Netwerkgroep45Plus, waarin werkzoekenden van 45 jaar en ouder elkaar stimuleren bij het zoeken naar en creëren van betaald werk op mbo-, hbo- en universitair niveau; en uiteraard bij de vele afgestudeerde economische en andere specialisten van de eigen universitaire en hbo-instellingen.Deze proeve werd geschreven op basis van het verkiezingsprogramma NU WIJ van de Socialistische Partij, de enquête De wetenschapper aan het woord. Ontketen het onderzoek van de Socialistische Partij, de ideeën van Dick Westerbeek, SP-lid en oprichter van het Netwerk45Plus Nijmegen, over een alternatieve arbeids- en inkomensverdeling, de statuten en reglementen van Stichting Fenix, de petitie Naar een andere universiteit van het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten, het Actieplan Werkgelegenheid Humaniora van Stichting Fenix, verscheidene publicaties van prof. dr. P. van Schilfgaarde over zijn idee betreffende de werkcorporaties, en het discussiestuk Kantelend de Waal in of Nijmegen Banenstad ? van Stichting Fenix.P. Theeuwen, voorzitter Stichting Fenix10 december 2016 / 12 april 2018

Proeve van een nieuw academisch arbeidsmodelVan neoliberaal Sovjetmodel naar democratische Republiek der Wetenschappen Van vierjarendwang naar fundamenteel lange termijn-onderzoek en -onderwijs