Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Reglement

p. 1Artikel 1 – Naam en vestigingsplaats1. De stichting draagt de naam Stichting Genootschap Fenix voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek en Academisch Maatschappelijk Werk.2. De benaming ‘Stichting’ heeft betrekking op de rechtsvorm van de organisatie; de daaraan toegevoegde benaming ‘Genootschap’ op het karakter van de organisatie als zelfstandig functionerende werkgemeenschap op academisch niveau.3. De stichting is gevestigd in de gemeente Nijmegen.Artikel 2 – Grondslag en DoelDe grondslagen van de stichting vormen een reactie op de negatieve veranderingen die ten aanzien van de inhoudelijke kwaliteit en de werkgelegenheid zijn opgetreden in het hoger en middelbaar onderwijs en de beoefening van de fundamentele wetenschap, in het bijzonder op het gebied van de humaniora, gedurende de periode van 4 november 1982 tot 21 februari 2010. Deze grondslagen zijn gelegd door de oprichters en andere belanghebbenden die in het bestuur van de stichting zijn vertegenwoordigd.1. De stichting heeft ten doel:-de beoefening en bevordering van het zuiver wetenschappelijk onderzoek enhet daarop gebaseerde onderwijs in de humaniora, te weten de moderne enklassieke talen, de geschiedwetenschap, de kunstwetenschappen, de filosofie,de theologie en de religiewetenschappen, de met deze humaniora rechtstreeksverbonden takken van de sociale, pedagogische, medische enrechtswetenschappen, alsmede de op academisch niveau beoefende schoneletteren.-het bevorderen van de werkgelegenheid, op basis van redelijke vergoedingenen vast werk, in de hierboven genoemde kunsten en wetenschappen.-het bevorderen van een degelijke en diepgaande academische vorming en eenacademische geesteshouding, dat wil zeggen het vermogen tot een zo objectief mogelijk, kritisch en op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en onderwijs gebaseerd denken.-het bevorderen van de bewustwording binnen onze samenlevingvan de fundamentele rol van een diepgaande academische vorming in dehumaniora voor de continuering van het voortdurende maatschappelijke proceswaardoor onze morele waarden en het democratisch functioneren van onzesamenleving worden bepaald.-het bevorderen van een democratische samenleving en van de daarmeeonlosmakelijk verbonden mensenrechten, in het bijzonder door middel van dein het voorgaande beschreven academische vorming.-De stichting realiseert haar doelen op multidisciplinaire wijze in eigen beheer,op uitnodiging van en in samenwerking met andere organisaties, alsook insamenwerking met overheden.2. De stichting komt tot deze realisering door:- het verlenen van morele, materiële en financiële ondersteuning van daartoe inaanmerking komende personen, hierna te noemen: de medewerkers.-het verrichten van alle door de medewerkers en de bestuurders individueel of gezamenlijk uit te voeren werkzaamheden, hierna te noemen: stichtingsprojecten, te weten: het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het schrijven van wetenschappelijke publicaties en van literaire publicaties op academisch niveau binnen de in artikel 2.1 omschreven vakgebieden; het geven van lezingen, lessen, colleges of cursussen en het verrichten van museale en archivistieke werkzaamheden en andere onderwijs- en publieksactiviteiten op academisch niveau binnen de in artikel 2.1 omschreven vakgebieden; en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.3. De stichting dient het algemeen belang.4. De stichting heeft geen winstoogmerk.p. 2Artikel 3 – Vermogen1. Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordtondermeer gevormd door:a. een eigen bijdrage van tenminste vijfentwintig (25) euro per persoon per jaar,te betalen door de bestuurders en de medewerkers; b. giften en donaties;c. subsidies en sponsorbijdragen;d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten;e. hetgeen op andere wijze verkregen wordt.2. Het bestuur zal streven naar de opbouw van een vast vermogen, teneinde demedewerkers financiële ondersteuning te kunnen bieden zoals bedoeld in artikel 2.2 vande statuten en artikel 7 van dit reglement en te kunnen voorzien in de gewenstebeloningen voor de bestuurders zoals bedoeld in artikel 3.3 van de statuten en artikel 8van dit reglement.3. Het bestuur zal ter uitvoering van artikel 3.2 van dit reglement naar best vermogencontacten leggen en onderhouden met overheden, organisaties en particulieren die eenbijdrage zouden kunnen leveren aan de vermogensopbouw van de stichting.4. Teneinde de stichting in staat te stellen zijn beheers-, administratie- enrepresentatiekosten en financiële verplichtingen aan derden te voldoen, alsmedeeventuele financiële tegenslagen op te vangen, zal een kwart van het totale vermogenvan de stichting, inclusief de daarover opgebouwde renten, voor deze doeleindengereserveerd blijven.5. Uitkeringen aan medewerkers en beloningen voor bestuurders, zoals bedoeld in artikel2.2 respectievelijk artikel 3.3 van de statuten en artikel 7 respectievelijk artikel 8 van ditreglement, zullen bekostigd worden uit het voor deze uitkeringen en beloningenbeschikbare budget van driekwart van het totale vermogen, inclusief de daaroveropgebouwde renten, onverlet de nadere bepalingen hieromtrent in artikel 3.9 van ditreglement.6. Teneinde de voortgang in de vermogensopbouw te verzekeren, zullen de uitkeringen aan medewerkers en beloningen voor bestuurders per jaar slechts beslag mogen leggen op ten hoogste de helft van het voor die uitkeringen en beloningen bestemde budget zoalsgespecificeerd in artikel 3.5 van dit reglement; dat wil zeggen de helft van driekwart vanhet totale vermogen, inclusief de daarover opgebouwde renten; deze bepaling onverletde nadere bepalingen hieromtrent in artikel 3.9 van dit reglement.7.a. Binnen de beperking, vastgesteld in artikel 3.6 van dit reglement, mag de uitkering voor een medewerker of de beloning voor een bestuurder maximaal duizend (1000) euro per jaar bedragen, onverlet de nadere bepalingen hieromtrent in artikel 3.9 van dit reglement.b. Een uitzondering op artikel 3.7 a mag worden gemaakt indien een bepaalde donateur of donatrice voor een specifiek project, dat overeenkomstig artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement, alsmede overeenkomstig artikel 9 van dit reglement aan te merken is als stichtingsproject, een uitsluitend voor dit project bestemd budget ter beschikking van de stichting stelt, waaruit de uitvoering van het betreffende project door één of meerdere speciaal daartoe door de onateur / donatrice aangezochte en deskundige medewerkers of bestuurders dient te worden bekostigd.8.a. Binnen de beperking, vastgelegd in artikel 3.7 a van dit reglement, wordt de hoogte van de uitkering of beloning jaarlijks vastgesteld door het bestuur.b. De hoogte van de uitkeringen en beloningen is voor alle rechthebbenden gelijk, tenzij in die gevallen, waarin: (1) een rechthebbende om persoonlijke redenen het bestuur om een lagere uitkering of beloning verzoekt; (2) een medewerker of bestuurder door een donateur / donatrice is aangezocht een bepaald stichtingsproject uit te voeren, bekostigd uit een speciaal daartoe bestemd budget dat door de betreffende donateur of donatrice aan de stichting ter beschikking is gesteld.9. De bepalingen in de artikelen 3.5 tot en met 3.8 van dit reglement zijn uitsluitend vankracht tot één boekjaar na de datum waarop het voor uitkeringen en beloningen bestemde budget zoals gespecificeerd in artikel 3.5 van dit reglement, dusdanig zal zijngegroeid, dat uit de jaarlijkse renten, over dit budget verkregen, aan elke op dat momentwerkzame medewerker een salaris danwel pensioen kan worden verstrekt op het niveauen volgens het bepaalde in artikel 7 van dit reglement.10. Het voor uitkeringen en beloningen bestemde budget zoals gespecificeerd in artikel 3.5 van dit reglement, dient na overgang naar betalingen uit de jaarlijkse renten zoalsbedoeld in artikel 9 van dit reglement intact te blijven, met dien verstande, dat vanafdeze overgang uitsluitend de jaarlijkse renten over dit budget voor uitkeringen enbeloningen zullen mogen worden gebruikt.11. Indien de rentebetalingen over het voor uitkeringen en beloningen bestemde budgetteruglopen of staken, is het bestuur gerechtigd terug te keren tot het uitkerings- enbeloningssysteem zoals vastgesteld in de artikelen 3.5 tot en met 3.8 van dit reglement,en tot het aanpassen van de uitkeringen en beloningen al naar gelang de gewijzigdefinanciële mogelijkheden van de stichting.12. Het bestuur zal zich te allen tijde onthouden van speculaties of beleggingen met hetvermogen van de stichting, het verwerven van ondoorzichtige en risicovolle financiëleprodukten met vermogen van de stichting en alle verdere handelingen die deinstandhouding van het vermogen van de stichting in gevaar kunnen brengen.Overtreding hiervan door een bestuurder wordt gevolgd door onmiddellijk ontslag uit debestuursfunctie, intrekking van alle beloningen en vergoedingen, en nadere juridischestappen al naar gelang het bestuur die noodzakelijk zal achten.13. Indien het vermogen van de stichting financiële ondersteuning van de medewerkerstoelaat, zal het bestuur alle noodzakelijke voorzieningen treffen om de betreffendeuitkeringen conform de daarvoor geldende Nederlandse wetgeving te verstrekken enovereengekomen beloningen en vergoedingen voor de bestuurders uit te betalen.14. Het bestuur zal jaarlijks een deugdelijke financiële verslaglegging verzorgen conformartikel 9 van de statuten.15. Het bestuur is bevoegd ter uitvoering van de artikelen 3.13 en 3.14 van dit reglement de hulp van deskundigen buiten de stichting in te roepen, danwel van eventueledeskundigen uit de Commissie van Aanbeveling en Advies zoals bedoeld in artikel 13van dit reglement, en dezen eenmalig of periodiek voor hun diensten te betalen uit hetdaartoe conform artikel 3.4 van dit reglement gereserveerde budget.16. Financiële bijdragen van derden geven de betreffende donateurs geen bevoegdheid destichting in enigerlei levensbeschouwelijke, politieke of commerciële richting te sturen,op wat voor wijze dan ook.Artikel 4 – Bestuur1. Het bestuur bestaat uit minimaal twee (2) en maximaal vijf (5) natuurlijke personen, te weten: een voorzitter, provisioneel tevens penningmeester en een secretaris, tevens vice-voorzitter; uit te breiden met een penningmeester, en eventueel met een tweede secretaris en een tweede penningmeester. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen conform artikel 4.3 van de statuten. 2. Het bestuur wordt uitgeoefend conform de artikelen 4 tot en met 10 van de statuten van de stichting.3. Bestuurders worden benoemd door het bestuur, voor onbepaalde tijd, en dienen te worden benoemd uit de door de stichting moreel, materieel danwel financieel ondersteunde medewerkers zoals bedoeld in artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement; deze benoeming conform artikel 4.2, artikel 4.4 en artikel 4.7 van de statuten.4. Het bestuur vergadert ieder kwartaal, te weten in maart, juni, september en december, en voorts zo vaak als de bestuurders dit nodig zullen oordelen, conform artikel 7 van de statuten. 5. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur en vertegenwoordigt tezamen met tenminste één andere bestuurder de stichting, voor zover het bestuur niet als geheel in zijn vertegenwoordigende functie kan optreden.De eerste secretaris verzorgt de correspondentie van de stichting en notuleert de bestuursvergaderingen. Bij afwezigheid van de voorzitter leidt de eerste secretaris als vice-voorzitter de vergadering en wordt de taak van notulist waargenomen door de tweede secretaris.De tweede secretaris ondersteunt de werkzaamheden van de eerste secretaris en neemt bij afwezigheid van de secretaris diens secretariële taken waar.De eerste penningmeester beheert het vermogen van de stichting en de bijbehorendeadministratie, regelt namens het bestuur de vastgestelde uitkeringen aan de financieel teondersteunen medewerkers van de stichting zoals bedoeld in artikel 2.2 van de statutenen artikel 7 van dit reglement, en verzorgt de beloningen en onkostenvergoedingen voorde bestuurders zoals bedoeld in artikel 3.3 van de statuten en artikel 8 van dit reglement.De tweede penningmeester ondersteunt de werkzaamheden van de penningmeester en neemt bij afwezigheid van de eerste penningmeester diens taken waar.6. Elke bestuurder is verplicht tenminste achttien (18) tot vierentwintig (24) werkurenper week te arbeiden aan één of meerdere stichtingsprojecten zoals bedoeld onderartikel 2.2. van de statuten en van dit reglement. Deze verplichting geldt ingevolgeartikel 5.1 van de statuten.7. Bestuurders hebben geen bevoegdheid de stichting in enigerlei levensbeschouwelijke,politieke of commerciële richting te sturen, op wat voor wijze dan ook.p. 3Artikel 5 – Toelating van medewerkers tot de stichting1. Bestuurders, medewerkers of derden mogen bij het bestuur kandidaten voordragen voor ondersteuning door de stichting. Personen die voor ondersteuning in aanmerking menen te komen, mogen zich ook zelf bij het bestuur aanmelden.2. Het bestuur beslist over toelating van de kandidaten als medewerkers, dat wil zeggen als personen die in aanmerking komen voor ondersteuning.3. Het bestuur beslist over toelating van de kandidaten bij meerderheid van stemmen, opbasis van een gesprek met de kandidaat en van de bewijsstukken en bescheiden, door de kandidaat aan het bestuur over te leggen, zoals nader bepaald in de criteria voor toelating en ondersteuning.4. Toelating als medewerker, zoals bedoeld in artikel 2.2. van de statuten en van dit reglement, kan geschieden voor onbepaalde tijd bij beslissing van het voltallige bestuur, op basis van zorgvuldig overleg tussen het bestuur en de betreffende kandidaat.5. Als medewerkers van de stichting, zoals bedoeld onder artikel 2.2 van de statuten envan dit reglement, kunnen zij worden toegelaten die:a. Bezig zijn of willen starten met een promotieonderzoek.b. Gepromoveerden die verder willen in het middelbaar of hoger onderwijs en/of hetonderzoek.c. Personen met een academische opleiding die werkzaam zijn geweest bij een non-profitorganisatie en die daarmee, of in het onderwijs en/of onderzoek verder zoudenwillen. Het werk bij de hier bedoelde non-profitorganisaties betreft vakgericht werk opacademisch niveau, anders dan bestuurlijk werk of werkzaamheden binnen of ten behoeve van het management. Het werk kan worden verricht als docent in hetmiddelbaar of hoger onderwijs, bij universiteiten en andere onderzoekscentra, musea,archieven, kerkelijke organisaties, niet-commerciële organisaties voor millieubeschermingof -beheer, niet-commerciële zorgcentra op allerlei gebied (jeugd-, gehandicapten- of ouderenzorg zowel als reguliere gezondheidszorg), welzijnsorganisaties en organisaties op het gebied van geestelijke of juridische bijstand of van de mensenrechten. Werkgevers- en werknemersorganisaties, andere belangenorganisaties alsmede politieke partijen zijn evenwel uitgesloten, teneinde belangenverstrengeling en mogelijke aantasting van de doelstelling van de stichting te voorkomen.d. In uitzonderlijke gevallen kunnen personen toegelaten worden die tijdens hun levenen werk blijk gegeven hebben van hoogbegaafdheid of van een onmiskenbaar academisch denkniveau en die een academische opleiding hebben gevolgd, maar wegens persoonlijke omstandigheden geen volledige studie hebben afgerond.e. Uitgesloten van kandidatuur voor ondersteuning door deze stichting zijn personenmet een crimineel verleden, een alcohol- of drugsverslaving of een ernstige, continuedanwel periodiek optredende psychische stoornis, met het oog op de ontwrichtendegevolgen die bovengenoemde ontsporingen kunnen opleveren voor de in het kadervan de stichting ontplooide werkzaamheden en activiteiten.Artikel 6 – toelatingseisen1. Alle gegadigden dienen:- een uitvoerig curriculum vitae over te leggen. - een persoonlijke gesprek te voeren met het bestuur.2. Er geldt geen leeftijdsgrens.3. In aanmerking komen uitsluitend diegenen, die:- zuiver wetenschappelijk onderzoek verrichten, gedefinieerd als onderzoek in dienst van een algemeen maatschappelijk en wetenschappelijk belang, zonder dat het strekt tot bevordering van commerciële belangen van derden.- middelbaar of hoger onderwijs geven met een algemeen maatschappelijk, cultureelen/of wetenschappelijk belang, zonder dat het strekt tot bevordering van commerciële belangen van derden.- werkzaam zijn of wensen te zijn in dienst van nonprofit-organisaties, zoals bedoeldonder artikel 5.5c van dit reglement, zonder dat het strekt tot bevordering van commerciële belangen van derden.4. In aanmerking komen uitsluitend personen met een academische opleiding en personenzoals bedoeld onder artikel 5.5d van dit reglement. Promovendi dienen universitaire promovendi te zijn, dus geen HBO-studenten die zonder als instromer aan een universiteitte hebben gestudeerd via een omzeilende constructie wensen te promoveren.5. Medewerkers mogen gedurende de periode dat zij door de stichting worden ondersteund voor maximaal 32 uren per week een leidinggevende functie, secretariaats- of beheersfunctie vervullen bij een commerciële onderneming. Binnen de Stichting is het medewerkers verboden een zodanige onderneming of haar belangen direct of indirect te bevorderen of te vertegenwoordigen.p. 4Artikel 7 – Morele, materiële en financiële ondersteuning van de medewerkers1. Ingevolge het doel van de stichting en de wijzen waarop de stichting dit nastreeft, zoals vastgelegd in artikel 2.1 en artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement, kan de steun die de stichting aan medewerkers verleent, bestaan uit:- Het bemiddelen tussen de medewerker en een potentiële werkgever, teneinde demedewerker een, bij voorkeur vaste, betrekking te bezorgen binnen een van devakgebieden, omschreven in artikel 2.1 van de statuten en van dit reglement, met alsdoel het uitvoeren van werkzaamheden zoals omschreven in artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement.- Het voeren van overleg met derden, ter verkrijging van subsidies of andere bijdragenwaaruit een onkostenvergoeding of salaris betaald kan worden voor de werkzaamheden, door een medewerker uitgevoerd in het kader van een stichtingsproject zoals omschreven in artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement.- Het betalen van vergoedingen voor reiskosten en andere onkosten, door de medewerker gemaakt ter verrichting van de werkzaamheden in het kader van een stichtingsproject zoals omschreven in artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement.- Het betalen van een salaris aan de medewerker ter vergoeding van zijn of haarwerkzaamheden in het kader van een stichtingsproject zoals omschreven in artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement.- Het betalen van een pensioen aan de medewerker vanaf het behalen van de pensioen-gerechtigde leeftijd, die naar keuze van de medewerker op vijfenzestig (65) of zevenenzestig (67) jaar wordt gesteld, of, op individuele basis, op minimaal zestig (60) en maximaal zeventig (70) jaar.2. Medewerkers mogen ter salariëring van hun werkzaamheden, verricht in de vorm vanstichtingsprojecten, in totaal per maand niet meer ontvangen dan het brutobedrag, vermeld in trap vijf (5) van schaal tien (10) van het Overzicht salarisschalen van de Universiteit Nijmegen.(1) 3. De onder artikel 7.2 vermelde salarisschaal mag, indien de economischeomstandigheden en de vermogenspositie van de stichting dit vereisen, met betrekking tot de salarissen voor de Fenix-medewerkers worden verlaagd, met dien verstande dat het te betalen salaris bij 36 of meer uren werk per week nooit lager mag zijn dan 1980 euro bruto per maand.4. Het pensioen, door de stichting aan een medewerker verstrekt, zal bruto niet meer bedragen dan driekwart (3/4) van het laatst verdiende loon volgens trap vijf (5) van schaal tien (10) van het Overzicht salarisschalen van de Universiteit Nijmegen. 5. De onder artikel 7.4 vermelde salarisschaal mag, indien de economische omstandigheden en de vermogenspositie van de stichting dit vereisen, met betrekking tot de salarissen voor de Fenix-medewerkers worden verlaagd, met dien verstande dat het te betalen pensioen na 36 of meer uren werk per week nooit lager mag zijn dan 1485 euro bruto per maand.6. De stichting is alleen dan gehouden tot het betalen van salarissen of pensioenen aan demedewerkers, indien hij voldoende vermogen heeft opgebouwd om uit het binnen ditvermogen daartoe vastgestelde budget conform het bepaalde in artikel 3 van ditreglement aan elke op dat moment werkzame medewerker voor onbepaaldetijd een salaris te kunnen verstrekken, op het niveau zoals vastgesteld in de artikelen 7.2tot en met 7.5 van dit reglement. Artikel 8 – Nadere bepalingen inzake onkostenvergoedingen en beloningen voor bestuurders1.Conform het bepaalde in artikel 3 van de statuten:- Mag de stichting geen uitkeringen doen aan een oprichter of aan een bestuurder.- Worden kosten die bestuurders in de uitoefening van hun functie maken door de stichting vergoed.- Ontvangen bestuurders voor de werkzaamheden, door hen uit hoofde van hun professie voor de stichting verricht in de vorm van de voor iedere bestuurder verplichte arbeid aan één of meerdere stichtingsprojecten zoals bedoeld onder artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement, een beloning, zulks vooraf ter beoordeling en met instemming van het voltallige bestuur.- Mogen bestuurders voor de door hen verrichte werkzaamheden geen beloning ontvangen die hoger is dan de hoogste uitkering die wordt betaald aan de door de stichting financieel ondersteunde medewerkers.2. Bestuurders mogen als beloning voor de verplichte werkzaamheden, uit hoofde van hun professie verricht voor de stichting in de vorm van stichtingsprojecten, plus de vergoeding voor hun onkosten, gemaakt bij de uitoefening van hun bestuursfuncties, in totaal per maand niet meer ontvangen dan het brutobedrag, vermeld in trap vijf (5) van schaal tien (10) van het Overzicht salarisschalen van de Universiteit Nijmegen.(2) 3. Bestuurders mogen voor de verplichte werkzaamheden, uit hoofde van hun professie verricht voor de stichting in de vorm van stichtingsprojecten, alsmede voor hun onkosten, gemaakt bij de uitoefening van hun bestuursfuncties, pas een beloning of vergoeding ontvangen indien de stichting voldoende vermogen heeft opgebouwd om uit het binnen dit vermogen daartoe vastgestelde budget aan elke medewerker voor onbepaalde tijd een aan die beloning evenredige uitkering te kunnen verstrekken, conform het bepaalde in artikel 3 van dit reglement; in geval van een salaris of pensioen dient deze uitkering aan de medewerkers het niveau te bereiken dat is vastgesteld in de artikelen 7.2 tot en met 7.5 van dit reglement.4. Ten aanzien van de aan Fenix-bestuurders te betalen beloningen, zoals bedoeld onder de artikelen 8.1, 8.2 en 8.3 van dit reglement, mag de onder artikel 8.2 vermelde salarisschaal, indien de economische omstandigheden en de vermogenspositie van de stichting dit vereisen, worden verlaagd, met dien verstande dat de te betalen beloning bij 36 of meer uren aan werkzaamheden per week nooit lager mag zijn dan 1980 euro bruto per maand.5. Bestuurders mogen na hun aftreden als bestuurder van de stichting wegens gevorderdeleeftijd, eenmalig of meerdere malen een beloning ontvangen als erkenning voor de uithoofde van hun professie voor de stichting verrichte werkzaamheden zoals bedoeld inartikel 2.2. van de statuten en van dit reglement, zulks vooraf ter beoordeling en metinstemming van het voltallige bestuur.6. De beloning, zoals bedoeld in artikel 8.5 van dit reglement, mag niet meer bedragendan driekwart (3/4) van de laatste beloning, door de bestuurder voor zijn werkzaamhedenplus onkostenvergoeding ontvangen. Deze beloning mag in totaal per maand niet meer bedragen dan ten hoogste driekwart (3/4) van het brutobedrag, vermeld in trap vijf (5) van schaal tien (10) van het Overzicht salarisschalen van de Universiteit Nijmegen.(3) 7. Ten aanzien van de aan Fenix-bestuurders te betalen beloning, zoals bedoeld onder de artikelen 8.5 en 8.6 van dit reglement, mag de onder artikel 8.6 vermelde salarisschaal, indien de economische omstandigheden en de vermogenspositie van de stichting dit vereisen, worden verlaagd, met dien verstande dat de te betalen beloning na 36 of meer uren aan werkzaamheden per week nooit lager mag zijn dan 1485 euro bruto per maand.8. De beloning, zoals bedoeld in de artikel 8.5 van dit reglement, mag uitsluitend worden toegekend indien de stichting voldoende vermogen heeft opgebouwd om uit het binnen dit vermogen daartoe vastgestelde budget aan elke medewerker voor onbepaalde tijd een aan die beloning evenredige uitkering te kunnen verstrekken, conform het bepaalde in artikel 3 van dit reglement; in geval van een salaris of pensioen dient deze uitkering aan de medewerkers het niveau te bereiken dat is vastgesteld in de artikelen 7.2 tot en met 7.5 van dit reglement.----------1. In het jaar 2010 bedroeg dit bruto bedrag 2977 euro per maand.2. In het jaar 2010 bedroeg dit bruto bedrag 2977 euro per maand.3. In het jaar 2010 bedroeg dit bruto bedrag 2977 euro per maand.p. 5Artikel 9 – Bepalingen aangaande de te verrichten werkzaamheden 1. Een stichtingsproject zoals bedoeld in artikel 2.2 van de statuten en van dit reglement mag een door de uitvoerende medewerker of de uitvoerende bestuurder zelf geëntameerd en individueel uitgevoerd project of geheel van werkzaamheden vormen, danwel een in samenwerking met meerdere medewerkers, met bestuurders van de stichting of met derden uitgevoerd project of geheel van werkzaamheden.2. Een stichtingsproject zoals bedoeld in artikel 2.2. van de statuten en van dit reglement mag door een medewerker of bestuurder worden uitgevoerd met goedkeuring van hetvoltallige bestuur, conform de volgende bepalingen:- De goedkeuring wordt verleend op basis van een door de medewerker of bestuurder individueel of tezamen met andere medewerkers en /of bestuurders ingediend werkplan met daarbij een mondelinge toelichting van de initiatiefnemer(s) en uitvoerder(s).- Bij twijfel over het niveau of de inhoud van het ingediende voorstel voor eenstichtingsproject mag het bestuur advies vragen aan deskundigen buiten de stichting,op de eerste plaats binnen de Commissie van Aanbeveling en Advies, mits devereiste deskundigheid op het betreffende vakgebied in die commissie aanwezig is. 3. Langlopende onderwijs- of onderzoeksprojecten, die moeilijk of zelfs geheel niet inpasbaar zijn in veel reguliere curricula of programma’s, kunnen door het bestuur alsstichtingsproject worden goedgekeurd en financieel ondersteund, mits de stichting overvoldoende inkomsten beschikt. Op grond van artikel 2.1 van de statuten en van ditreglement heeft financiële ondersteuning van een medewerker voor onbepaalde tijd zelfsde voorkeur, mits het vermogen van de stichting dit toelaat en mits het academischniveau van de verrichte arbeid genoegzaam op peil blijft, ter beoordeling van het bestuurvolgens de criteria, vastgelegd in artikel 11 van dit reglement.4. Inzake het verplichte aantal werkuren per medewerker of bestuurder wordt het volgende bepaald:- Iedere medewerker werkt per week minimaal vierentwintig (24) uren en maximaalveertig (40) uren aan zijn of haar specifieke stichtingsproject(en). Aangezien de stichting ook ruimte wil scheppen voor eventuele medewerkers die mantelzorg verrichten, dagelijkse plichten te vervullen hebben als (alleenstaande) ouder, of aan een chronische aandoening lijden, kan het aantal uren tot achttien (18), twaalf (12), acht (8) of zes (6) uren worden gereduceerd, ter beoordeling en beslissing van het bestuur op basis van zorgvuldig overleg met de betreffende medewerker.- Elke bestuurder is verplicht tenminste achttien (18) tot vierentwintig (24) werkuren per week te arbeiden aan één of meerdere stichtingsprojecten zoals bedoeld onder artikel 2.2. van de statuten en van dit reglement. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 5.1 van de statuten.- Een bestuurder die zijn of haar verplichtingen inzake het aantal verplichte, aanstichtingsprojecten te besteden werkuren niet kan nakomen, dient dit te meldenaan zijn of haar medebestuurders en af te treden. Hij of zij mag desgewenst, terbeoordeling van het voltallige bestuur, de status van medewerker van de stichtingverkrijgen en aanspraak maken op alle vormen van steun die de stichting aan zijnmedewerkers verleent, mits hij of zij voldoet aan alle voorwaarden die aan dezestatus verbonden zijn.5. Ter uitvoering van artikel 9.1 van dit reglement wordt het volgende bepaald:- Een medewerker kan op drie verschillende wijzen via dit genootschap werkzaam zijn:a. Uitsluitend vanuit de stichting, zonder verbintenissen met derden. Hij of zij werkt dan uitsluitend aan een of meer eigen projecten, fulltime of in deeltijd, al naar gelang de afspraken met het bestuur.b. Hij of zij is via de stichting verbonden aan een wetenschappelijke of educatieveinstelling, verricht voor die instelling onderzoek of geeft via die instelling onderwijs.c. Hij of zij is via de stichting verbonden aan een non-profitorganisatie en werkzaam in een functie zoals bedoeld onder artikel 5.5c van dit reglement.- Een combinatie van meerdere verbintenissen ter uitvoering van meer dan éénstichtingsproject is mogelijk, per geval ter beoordeling van het bestuur. In diegevallen waarin dit organisatorisch noodzakelijk is, dient deze beoordeling te geschieden in nauw overleg tussen de medewerker, het bestuur en de instelling of organisatie waaraan de medewerker via de stichting verbonden is of zal worden.- Iedere zeven (7) jaren, dat wil zeggen in elk achtste (8e) jaar, heeft de medewerkerrecht op een sabbatsjaar voor aanvullend onderzoek of scholing. De medewerker ntvangt gedurende dat jaar hetzelfde salaris of dezelfde andere financiële ondersteuning als hij of zij voordien van de stichting ontving.- Gedurende dit sabbatsjaar mag de medewerker een of meer cursussen volgen terondersteuning van het lopende werk of onderzoek, of cursussen die nieuwe, toekomstige werkzaamheden binnen het beoefende vak mogelijk maken.- Het staat de medewerker vrij een opleiding tot docent in het middelbaar onderwijs tevolgen aan een universitaire opleiding voor leraren, tijdens het sabbatsjaar of op eenander tijdstip, op voorwaarde dat hij of zij alle lopende projecten afrondt.- Vast of tijdelijk parttime-werk aan stichtingsprojecten naast een parttime leraarschapis mogelijk, en strekt zelfs tot aanbeveling vanwege de combinatie van onderwijs met wetenschap danwel met andere maatschappelijk nuttige en noodzakelijke werkzaamheden.- Mits het vermogen van de stichting het toelaat, zal de stichting de kosten van de doormedewerkers gevolgde cursussen geheel of gedeeltelijk vergoeden.Artikel 10 – Bepalingen aangaande organisaties die van de diensten van de stichting gebruik maken1. Organisaties die medewerkers van deze stichting aan zich verbinden, zullen op geenenkele wijze, financieel of anderszins, trachten het beleid van de stichting of de via destichting verrichte werkzaamheden te sturen in een specifieke politieke of levensbeschouwelijke richting en evenmin naar een commercieel doel.2. Indien bij het bestuur van de stichting gegronde redenen bestaan om aan te nemen dateen organisatie, die van de diensten van de stichting gebruik maakt, bezuinigingenuitvoert met het doel reguliere werknemers te ontslaan en te vervangen door de budgettair neutrale medewerkers van de stichting, zal het bestuur van de stichtingonverwijld de betrekkingen met de betreffende organisatie afbreken en met medewerkers of bestuurders die via deze organisatie werkzaam zijn overleg plegen om hen op andere wijze hun arbeid te laten voortzetten.3. Het zal het bestuur van de stichting desgewenst vrij staan uit eigen beweging of opverzoek van een medewerker naar de misbruiken onder artikel 10.2 van dit reglementeen onderzoek in te stellen. Weigering van afdoende medewerking aan zulk onderzoekbetekent dat het bestuur onverwijld de betrekkingen met de betreffende organisatie zalafbreken en met medewerkers of bestuurders die via deze organisatie werkzaam zijnoverleg plegen om hen op andere wijze hun werk te laten voortzetten.4. Organisaties als bedoeld onder dit artikel 10 zijn verplicht de medewerkers van destichting die bij hen werkzaamheden verrichten, dezelfde secundaire arbeidsvoorwaarden te verlenen als hun regulier werkzaam wetenschappelijk of ander academisch geschoold personeel; inclusief een eigen werkplek, ict- en bibliotheekfaciliteiten, stemrecht in alle zaken waarin het reguliere academische personeel per stemming wordt geraadpleegd en toegang tot de daartoe bestemde vergaderingen, alsmede tot ondernemingsraden, vakbonden en andere vertegenwoordigende lichamen en personen die binnen de instelling actief zijn.5. De organisaties onder dit artikel 10 zijn gerechtigd om in overleg met het bestuur vandestichting meerdere leden als medewerkers aan zich te verbinden, teneinde, al naargelang de expertise van de betreffende medewerkers, in groeps- of teamverbandwerkzaamheden te verrichten; bijvoorbeeld het uitvoeren van een bepaald onderzoek,het houden van een aantal op elkaar afgestemde lezingen of het geven van een serie opelkaar aansluitende hoor- of werkcolleges; dit alles met inachtneming van het bepaaldein artikel 9 van dit reglement.p. 6Artikel 11 – Verantwoording van de verrichte werkzaamheden1. Aan het einde van ieder academisch jaar dient iedere medewerker of bestuurder van destichting voor zijn of haar wetenschappelijke, educatieve of academisch-maatschappelijke arbeid schriftelijk en mondeling verantwoording af te leggen aan het bestuur.2. De goed- of afkeuring van het werk, verricht door een medewerker, geschiedt door hetvoltallige bestuur van de stichting.3. Bij beoordeling van de werkzaamheden, verricht door een bestuurder in het kader vaneen stichtingsproject, geschiedt de goed- of afkeuring buiten aanwezigheid van debeoordeelde bestuurder, en zal deze zelf geen stem hebben in de beoordeling.4. De verantwoording wordt afgelegd op basis van:a. Een schriftelijk verslag van de betreffende medewerker of bestuurder over de voortgang van zijn of haar werk.b. Een contraverslag danwel ander schriftelijk bewijs van goedkeuring of afkeuring vanhet verrichte werk, geschreven door derden, indien de medewerker of bestuurder via de stichting verbonden is aan enigerlei organisatie; dit bewijs moet zijn opgesteld door de directe meerdere onder wie de medewerker of bestuurder bij de betreffende organisatie ressorteert of door diens plaatsvervanger.c. Eventuele publicaties, in het betreffend academisch jaar verschenen, of schriftelijkebewijzen van nog lopend onderzoek of publicaties in voorbereiding.d. Eventuele andere documenten, zoals verslagen van werkvergaderingen, opgaven van gesprekken met cliënten, briefwisselingen etc. waaruit de aard en de vorderingen van de verrichte werkzaamheden afdoende blijken.e. Eventuele publicaties of verslagen van werkzaamheden uit voorafgaande jaren,vergezeld van een uitvoerige schriftelijke verslaglegging betreffende reflectie op ofrevisie danwel voortzetting van de betreffende publicaties en werkzaamheden in hetafgelopen jaar.5. Eventuele bijzondere sociale, medische en andere persoonlijke factoren die op hetgeleverde werk van invloed kunnen zijn geweest, zullen bij de beoordeling wordenmeegewogen.6. Bij ernstige twijfel over de kwaliteit van de werkzaamheden kan het bestuur metmeerderheid van stemmen het verrichte werk afkeuren. In dat geval vervalt hetmedewerkerschap van de betreffende persoon en vervalt zijn of haar salaris of andereondersteuning.7. Het bestuur is na het staken van de ondersteuning aan een medewerker gerechtigd eennieuwe medewerker toe te laten en hem of haar het salaris of de andere ondersteuningtoe te kennen die zijn of haar voorganger heeft genoten.8. Bij twijfel over de kwaliteit van de werkzaamheden, zodanig dat het bestuur debeslissing over het werk niet onmiddellijk in stemming wenst te brengen, dient het bestuur een herbeoordeling te verrichten, waartoe het advies kan vragen aandeskundigen buiten de stichting, op de eerste plaats binnen de Commissie vanAanbeveling en Advies, mits de vereiste deskundigheid op het betreffende vakgebied indie commissie aanwezig is. Na deze herbeoordeling dient het voltallige bestuur te stemmen over de goed- of afkeuring van de werkzaamheden. Indien daarbij de stemmenstaken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij de herbeoordeling van werk,door een bestuurder in het kader van een stichtingsproject verricht, is de beperking vantoepassing die wordt vermeld in artikel 11.9 van dit reglement.9. De herbeoordeling van het werk van een bestuurder zal geschieden buiten aanwezigheid van de beoordeelde bestuurder en deze zal zelf geen stem hebben in de herbeoordeling.10. Tijdens de periode van de herbeoordeling zoals bedoeld in artikel 11.7 zal demedewerker of bestuurder wiens werk herbeoordeeld wordt, zijn of haar functies en zijnof haarrechten ten aanzien van de stichting behouden, onverlet het bepaalde in artikel11.9 van dit reglement, en zal de ondersteuning of beloning worden voortgezet.Artikel 12 – Omvang, continuïteit en uitbreiding van de stichting1. Gezien de relatief kleine doelgroep van personen, die voor ondersteuning door destichting in aanmerking komen, wordt het aantal medewerkers en bestuurders beperkt tottwintig (20) medewerkers en maximaal vijf (5) bestuurders.2. Indien de stichting voldoende vermogen opbouwt om uit de renten over dit vermogenvoor onbepaalde tijd salarissen en pensioenen aan de medewerkers te kunnen betalen,zal in een geleidelijke uitbreiding van het aantal medewerkers boven het vastgesteldeaanvangsgetal van twintig (20) mogen worden voorzien. Dit zal plaatsvinden door hetkwart salaris, na pensionering op het inkomen van elke medewerker ingehouden, toe tevoegen aan het vermogen van de stichting. Wanneer er op deze wijze, eventueel met toevoeging van andere inkomsten, voldoende vermogen is opgebouwd om uit de renteover dit vermogen voor onbepaalde tijd een nieuw en volledig salaris te betalenovereenkomstig de norm, vastgesteld in artikel 7.2 van dit reglement, mag een nieuwemedewerkersplaats worden ingevuld.3. Indien een gepensioneerde medewerker komt te overlijden, zal zijn pensioen plus hetkwart salaris dat hij of zij bij pensionering heeft moeten inleveren, wederom wordensamengevoegd tot één volledig uit te betalen salaris, en zal op dit salaris een nieuwemedewerker worden benoemd.4. Indien een bestuurder na zijn of haar aftreden wegens gevorderde leeftijd, eenmalig ofmeerdere malen een beloning ontvangt als erkenning voor verrichte werkzaamhedenzoals bedoeld in artikel 8.4 en artikel 8.5 van dit reglement, dat wil zeggen niet meer dan (driekwart) van de laatst genoten beloning, door hem of haar als bestuurder voorwerkzaamheden plus onkostenvergoeding ontvangen, zal het kwart aan beloning datminder wordt betaald, toegevoegd worden aan het vermogen van de stichting ten behoeve van de financiering van een nieuwe medewerkersplaats zoals bedoeld in artikel 12.2 van dit reglement.5. De stichting kan, al naar gelang het vermogen en de inkomsten daaruit dit toelaten,uitgebreid worden tot maximaal 250 (tweehonderdvijftig) personen inclusief het bestuur,eventueel gesplitst in tien afzonderlijke stichtingen van elk twintig tot tweeëntwintigmedewerkers, een eigen bestuur van drie tot vijf personen en een eigen vermogen: achtNederlandse, te weten één voor iedere Nederlandse stad of regio met een universiteitmet humaniora-faculteit, één Duitse stichting en één Belgische stichting.6. Indien een splitsing plaatsvindt zoals bedoeld in artikel 12.5 van dit reglement, zal elkevanuit de Stichting Genootschap Fenix opgerichte dochterstichting verplicht zijn haarfunctioneren te regelen conform de statuten en reglementen van de moederstichting,behoudens aanpassingen, noodzakelijk vanwege de wettelijke vereisten in de staat waarde respectieve dochterstichting gevestigd is.7. Het bestuur is, bij een groei van de stichting boven het aantal van vijfentwintig (25)natuurlijke personen, die allen de betalingen ontvangen zoals bedoeld in de artikelen 7.2 of 7.3 respectievelijk 8.2 of 8.4 van dit reglement, verplicht een regeling te treffen voor de splitsing van de stichting in een moederstichting van vijfentwintig (25) natuurlijke personen en één of meer dochterstichtingen.8. In de regeling tot splitsing, zoals bedoeld in artikel 12.7 van dit reglement, dient teworden vastgelegd dat het deel van het vermogen van de stichting, in gebruik tot betaling van die natuurlijke personen die na de splitsing één of meer dochterstichtingen gaan vormen, wordt overgeheveld naar de respectieve dochterstichtingen.p. 7Artikel 13 – Commissie van Aanbeveling en Advies1. De stichting kan een Commissie van Aanbeveling en Advies instellen.2. De leden van deze Commissie, die minimaal drie en maximaal vijf personen telt,worden benoemd door het bestuur. Indien zij in strijd handelen met de statuten, ditreglement of de belangen van de stichting is het bestuur bevoegd hen uit de Commissiete ontzetten.3.De leden van deze Commissie:- zullen voor eventuele werkzaamheden, door hen op verzoek van het bestuur verrichtten bate van de stichting, een onkostenvergoeding ontvangen, die evenwel niet hogermag zijn dan de hoogste uitkering die wordt betaald aan de door de stichting financieel ondersteunde medewerkers.- mogen het bestuur van de stichting gevraagd of ongevraagd van advies dienen.- kunnen worden toegelaten tot bestuursvergaderingen, mits het bestuur in elk voorkomend geval bij meerderheid van stemmen zijn goedkeuring daartoe geeft.- hebben recht op tenminste één exemplaar en maximaal drie exemplaren van iederepublicatie die door de medewerkers of bestuurders in het kader van hun werkzaamheden voor de stichting wordt uitgegeven, alsmede op een exemplaar van de notulen, de financiële verslaglegging en de beleidsplannen;- zijn welkom op alle genootschappelijke activiteiten in verband met de stichting.- zullen zich ervan onthouden de stichting in enigerlei levensbeschouwelijke, politiekeof commerciële richting te sturen, op wat voor wijze dan ook.4. In deze Commissie mogen uitsluitend personen benoemd worden met een academischeopleiding, die:- als docent werkzaam zijn of tot hun pensionering werkzaam zijn geweest in het hoger of middelbaar onderwijs, en wel in de wetenschappen en kunsten als vermeld in artikel 2.1. van de statuten en van dit reglement;- als onderzoeker werkzaam zijn of tot hun pensionering werkzaam zijn geweest in dewetenschappen en kunsten als vermeld in artikel 2.1. van de statuten en van dit reglement;- werkzaam zijn of tot hun pensionering werkzaam zijn geweest in nonprofitorganisaties als bedoeld onder artikel 5.5c. van dit reglement, en wel in vakgericht werk op academisch niveau, anders dan bestuurlijk werk of werkzaamheden binnen of ten behoeve van het management;- uit hoofde van hun persoonlijke achtergrond of professie met instemming van hetvoltallige bestuur worden aangezocht om zitting te nemen in de Commissie.Artikel 14 – Donateurs1. Donateurs betalen een jaarlijkse donatie aan de stichting ter hoogte van minimaalvijfentwintig (25) euro.2. Iedere donateur:- heeft recht op een exemplaar van iedere publicatie die door de medewerkers ofbestuurders in het kader van hun werkzaamheden voor de stichting wordt uitgegeven,alsmede op een exemplaar van de notulen, de financiële verslaglegging en de beleidsplannen;- is welkom op alle genootschappelijke activiteiten in verband met de stichting, als bedoeld in artikel 15 van dit reglement.- zal zich ervan onthouden de stichting in enigerlei levensbeschouwelijke, politieke of commerciële richting te sturen, op wat voor wijze dan ook.p. 8Artikel 15 – Genootschappelijke contacten en activiteiten binnen de stichting1. Elk half jaar organiseert het bestuur een Genootschapsdag, dat wil zeggen eencontactdag en/of -avond voor alle medewerkers, donateurs, organisaties waarvoormedewerkers of bestuurders door middel van stichtingsprojecten arbeid verrichten enoverige relaties van de stichting. Deze Genootschapsdag kan bestaan uit:- een lezing of presentatie betreffende publicaties of werkzaamheden van één ofmeerdere medewerkers of bestuurders.- een rondleiding op de werkplek van één of meer medewerkers of bestuurders, meteen presentatie van de verrichte arbeid (een publicatie, tentoonstelling, optreden,kunstwerk of anderszins).- voorafgaand aan of aansluitend op bovengenoemde activiteiten het doen vanmededelingen door het bestuur.- aansluitend op bovengenoemde activiteiten een gezamenlijke lunch of diner, met daarna een gezellig samenzijn met uitgebreide mogelijkheden tot onderlinge kennismaking en gedachtenwisseling.2. Partners van de genodigden zijn op de Genootschapsdag welkom.3. De deelnemende medewerkers en bestuurders zijn ter bekostiging van deGenootschapsdagen een bijdrage verschuldigd, te bepalen door het bestuur. Voor de overige relaties van de stichting is deelname kosteloos.Artikel 16 – Archief1. De stichting beschikt over een dynamisch archief en een statisch archief.2. Het dynamisch archief bestaat uit de lopende administratie van de stichting, berustendbij de eerst verantwoordelijke bestuurders, dat wil zeggen:- afschriften van de statuten en dit reglement, de agenda’s van de vergaderingen, dejaarverslagen, de financiële verslagen en beleidsplannen bij iedere bestuurder;- de lopende correspondentie bij de eerste secretaris, en, voor zover dienstig, in copiebij de tweede secretaris, de voorzitter of de penningmeester;- de boekhouding en verdere financiële bescheiden bij de penningmeester en, voorzover dienstig, bij de tweede penningmeester, de secretaris of de voorzitter.3. Het statisch archief bestaat uit de voor het dagelijks bestuur niet meer benodigdebescheiden, die evenwel voor financiële en fiscale doeleinden nog vele jaren na datoraadpleegbaar dienen te zijn en die het ontstaan, de geschiedenis en de bestaansgrondvan de stichting in zich dragen. De voorzitter draagt zorg voor het statisch archief vande stichting. Hij neemt in voldoende mate kennis van de geschiedenis van de stichting,draagt die kennis over op de andere bestuurders, en verzamelt en bewaart alle voordeze geschiedenis relevante statisch geworden archivalia.4. De voorzitter draagt er zorg voor dat het statisch archief vijf jaren na de oprichtingsdatum van de stichting in bruikleen wordt overgedragen aan het RegionaalArchief Nijmegen.5. Ter uitvoering van artikel 16.4 van dit reglement sluit het bestuur een bruikleenovereenkomst met het Regionaal Archief Nijmegen, waarin wordt bepaald dathet bestuur elke vijf jaar het aldaar bewaarde statisch archief zal aanvullen.De oprichters, mw. drs. A. Groustra / dr. P. Theeuwen

Reglementvan deStichting Genootschap FenixvoorZuiver Wetenschappelijk Onderzoeken Academisch Maatschappelijk Werk