Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Start Over ons Verklaring Statuten Reglement Werk / werkgelegenheid Een intellectuele en maatschappelijke ramp Kantelend de Waal in ? Actieplan werkgelegenheid humaniora Proeve van een academisch arbeidsmodel Cijfers academische werkgelegenheid 1990 - 2014 Publicaties Arnhemse Courant 1811 - 1888 Satire in ballingschap. De Gedenkschriften van Martinus Scriblerus, 1714 - 1741 - 1791 / '92 Johan graaf van Welderen, 1711-1724 Om de staat van Staten Publicatielijst Contact Samenwerking Werkgroep HistorieRijkNijmegen 

Verklaring

Beginselverklaringvan de Stichting Genootschap Fenixvoor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek en Academisch Maatschappelijk Werk

Deze stichting vormt een reactie op de negatieve veranderingen die ten aanzien van de inhoudelijke kwaliteit en de werkgelegenheid zijn opgetreden in het hoger en middelbaar onderwijs en de beoefening van de wetenschap, in het bijzonder op het gebied van de humaniora, gedurende de periode van 4 november 1982 tot 21 februari 2010. Het met deze jaartallen aangeduide tijdvak, vanaf het begin van het eerste kabinet-Lubbers tot aan de val van het vierde kabinet-Balkenende, vertoont een in de Nederlandse geschiedenis ongekende opeenvolging van reorganisaties en bezuinigingen in onderwijs en wetenschap, die vooral op de geesteswetenschappen, en daarmee ook op de werking van die geesteswetenschappen binnen de maatschappij, een buitengewoon negatief effect hebben gesorteerd.De humaniora, de traditionele talen-, literatuur-, geschiedenis-, filosofie-, kunst- en religiewetenschappen en de daarmee verwante studierichtingen van bijvoorbeeld staats- en volkenrecht en bepaalde sociale en pedagogische wetenschappen, zijn voor een gezonde, moderne samenleving onmisbaar. Deze wetenschappen registreren, bewaren en analyseren de representaties en interpretaties van de wereld, waarmee eenieder dagelijks wordt geconfronteerd. Zij maken die interpretaties toegankelijk en stellen ze waar nodig ook ter discussie; zij verlenen individuen en samenlevingen een eigen identiteit, maken communicatie tussen onderling verschillende taalgebieden, denksystemen en culturen mogelijk; en ze verschaffen ons de kennis van heden en verleden die het noodzakelijke houvast biedt om vanuit een onbevooroordeelde, open en toch kritische houding vorm te geven aan de toekomst. Hierin ligt de maatschappelijke opdracht van de humaniora besloten: zij vormen het geheugen, het geweten en het kritische denkvermogen van de samenleving en vervullen een gidsfunctie voor het denken en handelen van de samenleving als geheel en voor haar individuele leden.Bezuinigingen op de humaniora, aanvankelijk noodzakelijk in de economische crisis van de jaren 1980, zijn vanaf eind jaren ’80 niet bijgesteld en geleidelijk verminderd, noch is de door die bezuinigingen aangerichte schade hersteld. Integendeel zijn deze bezuinigingen in de loop van de jaren 1990 met hernieuwde kracht voortgezet, zelfs toen ons land in een economische hoogconjunctuur verkeerde. De regerende kabinetten in de kwart eeuw tussen 1982 en de kredietcrisis van 2008, hebben evenals vrijwel alle grote politieke partijen in deze periode sterk de nadruk gelegd op de belangen van de internationale grootindustrie en de bankwereld, bevorderd door onder meer deregulering. Voorop stond bovenal, naast de belangen van bedrijfstakken als de financiële dienstverlening en de opkomende ict-sector, de herinrichting van de overheid zelf door middel van privatiseringen en van een bijna universele invoering van arbeids-, prestatie- en beloningsmodellen, ontleend aan het internationale management. Ook in het onderwijs- en wetenschapsbeleid was dit het geval. De humaniora zijn als bindmiddel en morele basis voor onze samenleving en onze democratie, en als drager en leermeester van ethische, culturele en politieke kennis, grotendeels weggedrukt ten faveure van de lucratievere technologische en economische know-how. Het uitbreken van de krediet-crisis heeft aangetoond, dat deze know-how de samenleving alleen ten goede komt indien zij gebaseerd is op de morele grondslagen en de maatschappelijke inzichten die door de humaniora aangereikt worden, vooral ook op de lange termijn. In het licht van het hierboven beschreven beleid met ruim een kwart eeuw verwaarlozing van de humaniora is anno 2010 onder de bevolking een toenemend wantrouwen ten opzichte van de politiek, de democratie en de rechtsstaat merkbaar, alsmede de opkomst van radicale, op vooroordelen gebaseerde en ondemocratische of zelfs anti-democratische groeperingen van allerlei aard. Bij vele voornamelijk economisch gerichte bestuurders en politici is een toenemende moeite waarneembaar in het omgaan met historisch gegroeide realiteiten en met ethische, sociale, culturele, militaire, staatsrechtelijke en volkenrechtelijke vraagstukken.In het licht van bovenstaande overwegingen zijn de oprichters van deze stichting van mening, dat er te allen tijde binnen de Nederlandse en, in breder verband, de Europese samenleving een evenwicht dient te bestaan tussen kennis van de humaniora en economisch-technologische kennis en tussen vrije markt en collectieve sector. Het inzicht dat dit noodzakelijke evenwicht in de jaren 1982-2010 is verstoord en dat dit ernstige gevolgen heeft op het sociale, wetenschappelijke en individueel menselijke vlak alsmede ernstige gevolgen voor onze democratie, ligt ten grondslag aan de oprichting van deze stichting.De stichting heeft, ter bestrijding van de hierboven geconstateerde problemen, ten doel:- de beoefening en bevordering van het zuiver wetenschappelijk onderzoek en het daarop gebaseerde onderwijs in de humaniora, te weten de moderne en klassieke talen, de geschiedwetenschap, de kunstwetenschappen, de filosofie, de theologie en de religiewetenschappen, de met deze humaniora rechtstreeks verbonden takken van de sociale, pedagogische, medische en rechtswetenschappen, alsmede de op academisch niveau beoefende schone letteren.- het bevorderen van de werkgelegenheid, op basis van redelijke vergoedingen en vast werk, in de hierboven genoemde kunsten en wetenschappen.- het bevorderen van een degelijke en diepgaande academische vorming en een academische geesteshouding, dat wil zeggen het vermogen tot een zo objectief mogelijk, kritisch en op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en onderwijs gebaseerd denken.- het bevorderen van de bewustwording binnen onze samenleving van de fundamentele rol van een diepgaande academische vorming in de humaniora voor de continuering van het voortdurende maatschappelijke proces waardoor onze morele waarden en het democratisch functioneren van onze samenleving worden bepaald.- het bevorderen van een democratische samenleving en van de daarmee onlosmakelijk verbonden mensenrechten, in het bijzonder door middel van de in het voorgaande beschreven academische vorming.Drie initiatieven vormden de uitgangspunten voor de stichting:- Oprichter P. Theeuwen, historicus en via de WIW als onderzoeker werkzaam bij de Radboud Universiteit Nijmegen en het Gelders Archief te Arnhem, heeft begin jaren 1990 via een zelf opgezet, kleinschalig werkgelegenheidsplan in samenwerking met de Stichting Uitzicht, beheerder van de Nijmeegse Banenpool, een vijftal arbeidsplaatsen gecreëerd ten behoeve van talentvolle wetenschappers aan de universiteit te Nijmegen, die in ernstige problemen waren gekomen door de aanhoudende bezuinigingsgolven. Dit plan had succes: het leverde uiteindelijk drie dissertaties, twee vaste Banenpoolplaatsen en drie vaste, reguliere banen buiten de Banenpool op.- In 1995 verscheen het rapport Men weegt Kaneel bij ’t lood, in 1995 opgesteld door de toenmalige Commissie Toekomst van de Geesteswetenschappen (‘Commissie-Vonhoff’). In dit uitstekende rapport signaleerde de Commissie-Vonhoff de problemen die destijds het voortbestaan van de traditionele humaniora bedreigden, inclusief de ontstane onderwaardering en verwaarlozing. In het ‘Kaneel-rapport’ werden de humaniora gedefinieerd als de wetenschappen die representaties en interpretaties van de wereld registreren, bewaren en analyseren, en die deze representaties en interpretaties toegankelijk maken en ter discussie stellen; en terecht werd in dit rapport gesteld dat de humaniora daarmee de leerprocessen tussen culturen en tussen verleden en heden op gang houden die onmisbaar zijn voor de levensvatbaarheid van onze samenleving.- In 2008 verscheen het eveneens voortreffelijke rapport DuurzameGeesteswetenschappen van de Commissie Nationaal Plan Toekomst Geesteswetenschappen, (‘Commissie-Cohen’), waarin werd geconstateerd dat de problemen, dertien jaren eerder reeds gesignaleerd in het Kaneel-rapport, alleen maar toegenomen zijn.Het embleem en de naamgever van deze stichting is de fenix, de mythische vogel die zich aan het einde van zijn levensperiode verbrandt waarna uit de as onmiddellijk weer een nieuwe fenix oprijst. Zoals de fenix uit zijn as herrijst, zo zullen ook de humaniora zichzelf moeten vernieuwen uit de as van ruim 25 jaren afbraakbeleid; en moet de stichting voor de betrokkenen een nieuwe toekomst brengen in de vorm van herwaardering van hun werk en concreet bouwen aan een betere financiële beloning. Aangezien de fenix vaak in de vorm van een adelaar wordt afgebeeld, kozen de oprichters voor de afbeelding van de geëmailleerde, strijdbaar ogende adelaar van de evangelist Johannes, die beschermend zijn klauw over een boek (het Johannesevangelie) houdt.De fenix, fabelwezen uit de Griekse mythologie en symbool van de verrezen Christus, staat binnen deze stichting voor de Grote Verhalen van de klassieke Oudheid, het Christendom en andere godsdiensten, het Humanisme, de Verlichting en de grote liberale en sociale emancipatiebewegingen van de 19e en 20ste eeuw: verhalen die de afgelopen kwart eeuw vaak als ‘nutteloos’ en ‘achterhaald’ uit het maatschappelijke en politieke denken zijn verbannen. Het boek verwijst in onze context niet alleen naar het evangelie, maar ook naar boeken, wetenschap en waarheidsvinding in het algemeen; een wetenschap die het kritische, op degelijk onderzoek berustende geschreven woord en de waarde daarvan voor de samenleving hoog in het vaandel heeft staan, en door de adelaar / fenix beschermd moet worden tegen de waan van de dag. Uiteraard verwijst de afbeelding ook naar de historische, literatuur- en kunsthistorische, theologische en godsdienstwetenschappelijke elementen in de humaniora, terwijl de verwijzing naar Johannes, als meest filosofische van de evangelisten, binnen deze stichting niet misstaat.De hier afgebeelde adelaar van geëmailleerd goud maakt als versiering deel uit van een klein draagbaar altaar, het Andreas-altaar, gemaakt van hout en bezet met goud, email en edelstenen. Het kunstwerk maakt deel uit de kerkschat van de kathedraal van Trier en is vervaardigd in opdracht van aartsbisschop Egbert van Trier (bisschop van 977 tot 993). Aangezien de oprichters de reikwijdte van de stichting niet op voorhand tot Nederland beperken, maar tevens mogelijkheden onderzoeken tot samenwerking met vak- en lotgenoten in Duitsland en België, is deze adelaar-met-boek ook in dit opzicht symbolisch: de Duitse aartsbisschop was een zoon van graaf Diederik II van Holland en Hildegard van Vlaanderen, dochter van graaf Arnulf I van Vlaanderen. Egbert stichtte niet alleen het atelier waar het Andreas-altaar werd gemaakt, maar ook de kloosterbibliotheek van de abdij van Egmond, en was een ijverig stimulator van onderwijs, kunsten en wetenschappen. Kortom, een internationale figuur die met elfhonderd jaar terugwerkende kracht goed aansluit op de doelstellingen van de Stichting Genootschap Fenix.De oprichters, mw. drs. A. Groustra / dr. P. Theeuwen